Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omtrent de bewaring der rechtstitels en den verkoop van kerkeen pastorie-goederen, ter belegging in landschapsobligatiën, door de synode van Drente op 4 Juni 1683 gehouden?

b. Stukken betreffende de uitbetaling van het predikants-tractement te Ruinen en de emolumenten van dien predikant.

138. Verzoekschrift van Antonis Polmann, als bezitter van Nijenhave, aan den heer van Ruinen Hindrich van Munster, om hem tegenover Engelbert Gertz te handhaven in 't bezit van eenig hooiland en mede te werken, opdat hij aan genoemden Engelbert, als beheerder der St. Catharina-vicarie te Ruinen, niet meer behoeve op te brengen dan in den stichtingsbrief d.d. 1375 wordt gevorderd. 1 Juli 1600.

1 stuk.

NB. Waarschijnlijk was het eerste punt in kwestie een gevolg van het geschil over 't tweede.

124. Antwoord van Hinrick van Munster aan zijn „vetter" Johann Ouinck over de verhuring van zijne hooilanden te Ruinen en te Echten, de erven Wullueringe en Kinssinghe, Lanssinge-maithe en 't „lijnlandth''; met verklaring, dat wat hem betreft de oude pastoor te Meppel de kerk te Ruinen nog een paar jaren mag behouden. 18 Maart (15)84 N. S.

1 stuk.

NB. Met ondergeschreven verklaring van den schulte te de Wijk, A. van Isselmuden, dat jonker Tomas Ouinck op 14 Maart 1622 dezen brief aan 't gerecht te Echten vertoonde en onder eede verklaarde, dat hij onderteekend was door zijn voorvader.

125. Vonnis van drost en 24 etten in zake den rentmeester van het stift Dikninge Gerhard Struijck tegen den heer van Ruinen Henrick van Monster, betreffende 't arrest op 50 mudden rogge en 4 mudden „moltsaet" van genoemd stift, — waarbij zij hunne uitspraak d.d. 3 Juni 1622 voor definitief verklaren. 12 Mei 1623.

1 stuk.

NB. 't Stuk is voor boven links gemerkt „F".

126. „Verclaringe" van Drost en Gedeputeerden, in zake den

Sluiten