Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15». „ Acta op de landrechte van de vrije heerlijkheid Ruinen en Ruinerwold, 1719—1759, 1" en ... 1762—1787, 2." — Protocol van 't verhandelde bij den heer en op het landrecht in de heerlijkheid Ruinen over 17 Nov. 1713 —1787 Oct. 10; metalphabetische indices.

2 deelen.

NB. Het lste deel bevat afschrift van: a. de door den heer op (in uittreksel medegedeelde) requesten in bestuurs- en rechtszaken verleende apostillen en de van hem uitgegane publicatiën en vonnissen over 17 Nov. 1713—1726 Sept. 6, — b. een vonnis van gecommitteerde twaalven dd. 1 Dec. 1714, — c. door 't landrecht geapostilleerde requesten sedert 12 Dec. 1719; — en't verhandelde op't landrecht sedert 12 Dec. 1719. Ook een enkel advies van rechtsgeleerden wordt gevonden.

Het alphabetisch register in het lste deel is geschonden.

Het 2de deel is na den aankoop van de heerlijkheid door Drente vervolgd over 1771—1787. Wellicht ontbreekt een 3de deel over 1787—1795.

Voor in het 2'Je deel is afgeschreven de acte van aanstelling van Mr. H. W. Camerlingh tot gerichtschrijver d.d. 24 Nov. 1768.

156. Sententie, door den heer van Ruinen bij provisie gewezen, in het proces tusschen de Ooster- en Wester-geërfden van „Claes Jan Hilbers-landt' over den eigendom eener waterleiding (11 of 17 Juli 1651).

1 stuk.

NB. Vergelijk 't minuteel verbaal van 't landrecht, vermeld onder N°. 154. 't Stuk is geteekend door W. Olffenn, schulte te Ruinerwold.

In dorso staat: „Dese sententie hebbe ick Hendrick Andries „selffs van onses schults huys gehaelt den 4 Augusti, anno 1651."

't Stuk is afkomstig uit verzameling N°. 26 (P. A. Derks, te Havelte), en is vermeld onder N°. 11 van 't „Chronologisch regis„ ter der voornaamste stukken en bescheiden over de driehon„derdjarige waterkwestie in de gemeente Ruinerwold.... door „P. A. Derks." Deze vermeldt in genoemd werk als datum van 'tstuk 17 Juli 1651; in het archief der marke van Ruinerwold (bewaard in 's rijks archiefdepöt in Drente) is een afschrift van 't stuk aanwezig volgens 't welk de sententie van 11 Juli 1651 zoude zijn.

Den heer van Ruinen was bij beschikking van het landrecht d.d. 17 Juni 1651 opgedragen eene voorloopige beslissing te geven.

Sluiten