Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gegeven in den jaren onss Heren XVC ende vyftich up dach Tyburty.

Oorspr. (Inv. N°. 64). Het zegel is verloren.

14. 1550, April 14.

Caspar van Scheele verklaart, na zijne beleening door Hinbick van Munster heer te Ruenen met den hof te Weluelde, 't goed thor Beke, de Lutke Hulscher, Sterkesloe, 't huis tor Haer en dat Velthuys, vroeger door zijne voorvaderen van de heerlijkheid van Ruinen ter leen ontvangen, heergewaad betaald en den eed als leenman gedaan te hebben, dien hij thans herhaalt en op verzoek in eene bezegelde acte zal bevestigen.

Actum et datum thon Oldenhaue up dach Tiburty et Valeriani der hilligen marterer, anno XV° ende vyftich.

Minute (?) (Inv. N°. 64), op papier.

15. 1550, September 25.

Henrick van Munster heer te Runen verklaart Johan van den Cloestek, na doode zijns vaders Reynalt van den Cloester, te hebben beleend met de goederen en grove en smalle tienden c. a. te Ghees in 't kerspel Oesterhesselen, die wijlen Reynt de Vos1) in gebruik had; en hulde van hem te hebben ontvangen.

Met vermelding als leenmannen van Rolof van Echten en Rolof van den Cloester.

Gegeven in den jaeren onss Heren dusent vyfhundert ende vyftich den XXVten Septembris 2).

Minute (?) (Inv N°. 59), op papier.

'). In de geslachtslijst, gevoegd bij J. S. Magnin's Onderzoek naar den adel van het geslacht de Vos van Steenwijk, komen voor 2 Reinold's de Vos van Steenwijk: 1 Reinold Johan's zoon, vermeld tusschen 1490 en 1504, en 2. Reinold Roelf's zoon, gehuwd met Lijsbeth van der Eese, Berthold's dochter (overleden 1508), welke Reinold overleed tusschen 1509 en 1519 volgens eene aanteekening in 't exemplaar van genoemd werk op het rijksarchief in Drente.

») Later is boven „vyftich" geschreven „4", achter Septembris „dem XXIX „Juny", en onder 't stuk: „Item van datum deser zedelen an beth tho drie ,jaren heft myn joncker Johan van den Cloester van de beleeninge syns „andeels des thienden tho Ghees eyn uthstellinge gegeven in bywesende „Rolof van Echten ende Rolofs van den Cloester als leenmannen".

Sluiten