Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— en dat hij (F. K. v. S.) aan den „lieutenant van de leenen" Mr. Jacobus Vriesen hulde heeft gedaan.

Met vermelding als leenmannen van Albert Antoni baron van Pallant en Theodorus Hüete j. u. d.

Gegeven binnen Zwolle in den jare sestijnhundert een en tagentigh den drie en twintigsten Februarij.

Afschrift (d.d. 1704?) (Inv. N°. 8), op papier, geteekend door Conrad Engelhardt „gerechtschriver" in Haffen und Mehr. Het oorspronkelijke stuk was geteekend: „mij present H. van Breda' ' en gezegeld met het «zegel van de leenen."

23. 1681, Juli 28.

Wilhelm Hendrick prins van Orange en Nassau etc., erfstadhouder, verklaart Bernard Sassenraat bijgenaamd Luunink — als gevolmachtigde van Frans Kaspar Adriaan graaf van Schellardt, heer van Muggenhuijsen, Gremptin en HestorfF, en Margareta Gertruit Maria van Bernsauw e.1., na het overlijden van haren vader Hendrick Munster Wilhelm van Bernsauw heer te Ruijnen, Bellinghaven, Halïen en Mehr, namens de Staten van Overijsel te hebben beleend met de heerlijkheid en het gerecht te Ruijnen enz. enz. (zie regest N°. 6); en dat hij (B. 8.) aan den „lieutenant van de leenen'1 Mr. jacobus Vriessen hulde heeft gedaan.

Met vermelding als leenmannen van Theodorus Huete j. u. d. en Henrick Queisen.

Gedaan binnen Zwolle, in den jaere sesstijnhondert een en tagentig den acht en twintighsten Julij.

Afschrift (d.d. 1704?) (Inv. N°. 8) op papier, geteekend door Conrad Engelhardt „gerechtschriver" in Haffen et Mehr. Het oorspronkelijke stuk was geteekend : „mij present H. van Bréda" en gezegeld met het „zegel van de leenen."

24. 1687, November 5.

Frans Caspar rijksgraaf van Schellart, heer te Muggeühuisen, Ruinen, Bellinckhaven en Grimptin, enz. enz. oorkondt, dat ManasSE van Welvelde heer van Woltersum voor hem en mannen van leen, naar aanleiding eeuer resolutie van Ridderschap en Steden, Staten van Over-Issel, verzocht 't leenverband van 't erf

Sluiten