Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met vermelding als leenmannen van Egbert Lucas en Hilbert

woerdinge.

Op den huijse Ruijnen, den 6en November 1756.

Minute (?) (Inv. N°. 73), op papier.

41. 1756, November 6.

Joh. L. Evers, rentmeester van den markies van en tot Hondsbroeck en stadhouder van de leenen der heerlijkheid Ruijnen, verklaart, aan A. J. II. baron van Heekeren, heer van Nettelhorst, Batingen en Heest toestemming te hebben verleend om 't erf Yelthuijs in 't gericht van Borne, boerschap Hartmen, gedurende 6 jaren te verbinden tot een bedrag van 6500 gl., door hem opgenomen van .Tan ten Cate JANSsoon te Almelo en Judith Ooster e.1.

Actum op den huijse Ruijnen, den ■6en November 1756. Gelijktijdig afschrift (Inv. N°. 76), op papier.

42. (1757, ?) ').

Johann Ludwig Evers, stadhouder der leenen van Frans Arnoldt markies van en tot Hondsbroeck enz. als vrijheer van Ruijnen en Ruijnerwold, verklaart: 1. HenrickWilhelm Camerung, schulte van Ruijnen, te beleenen met den Nijenhoff c. a. in de marke van Ruijnen, waarmede zijn vader wijlen Mr. H. J. Camerling den 9 Juni 1745 werd beleend; — '2. hem toe te staan deze goederen te vervreemden; — en 3. van hem hulde te hebben ontvangen.

Met vermelding als leenmannen van Egbert Lucas en Hjlbert Woerding.

Op den huijse Oldenhave, den

Minute (?) (Inv. N°. 54) op papier.

43. 1757. Maart 3.

Johann Ludwig Evers, rentmeester van Frans Arnoldt markies van en tot Hondsbroeck als vrijheer van Ruijnen en Ruijnerwold, stadhouder der leenen van „den huijse Oldenhave", verklaart, Lucas Homann schulte van Rolde en Rolder dingspel te hebben beleend met een deel der grove en smalle tienden te Gees, in 't kerspel Oosterhesselte, waarmede wijlen zijne moeder Anna Hiddinck op 9 December 1750 is beleend geweest; en van hem hulde te hebben ontvangen.

') Zie de noot bij N°. 54 van den Inventaris, hiervoor op bladz. 25.

Sluiten