Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarmede beleent en bekrachtigt hunne testamentaire beschikking over hun leengoed te Exlo. 19 October 1697.

1 charter.

NB. Dit stuk draagt in dorso 't opschrift van de hand van den secretaris der heerlijkheid P. E. Meijsters: ,1. Consensus „alienandi ofte consent van den aencoop van 't erve Craele; alsmede

„2. belehninge van 't selve erve Craele; oock:

,3. approbatie van de testamentaire dispositie van 't erve tot „Exeloo in de landtschapp Drenthe, in 't carspel Odoren;

„alles leenroerig bij den heere Tinsnagel;

„sub dato den 19 Octob. 1697."

Bij 8. Acte van beleening van Willem Adriaen markies van en tot Hoensbroek enz. en Elisabet Henriette gravin van Schellart e 1. door Elisabet Gansneb gend. Tengnagel met de erven (te) Exlo en Ouvinge te Cralo in de marke van Pesse. 1704.

1 charter.

NB. Dit stuk draagt in dorso 't opschrift van de hand van den secretaris der heerlijkheid P. E. Meijsters: „Leenbrieff »van Craele en Exloo de dato den 9 Meert 1704."

Bij 58. Acte waarbij Elisabeth Geertruit Gansneb gend. Tengnegel als leenvrouwe vergunning schenkt aan Frans Caspar Adriaen graaf van Schellart enz. en Margareta Geertruijt Maria van Bernsaw, dochter van Henrick Munster Wilhelm van Bernsaw heer te Ruinen enz , bij testament over hun leengoed te Exlo te beschikken. 29 Juli 1681.

1 charter.

NB. Dit charter is in dorso getiteld: „Octroij omme te mogen „disponeeren van 't erve tot Exloe, de dato den 29 Julij 1681."

88* (op blz. 33). Boek bevattende aanteekening der pachten verschuldigd aan den heer van Ruinen, der goederen behoorende tot de heerlijkheid en der leenmannen van den heer. c. 1375 (met aanteekeningen tot c. 1550).

1 deel.

NB. Een der pachtschuldigen is Volkier die sculte, die c. 1375 leefde (vgl. Oorkbk. voor Groningen en Drente, N°. 638, d.d. 1375). Bovendien wordt bij eene pacht 't jaar „'LXXIX" (naar 't schrift 14de eeuwsch) genoemd.

Latere inschrijvingen vermelden 't jaar 1416. Enkele nog latere

Sluiten