Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van acten van overdracht van onroerend goed (N°. 225) op fol. 258 verso — 259; die d.d. 24 Mei 1803 in het zoogenaamde schuldprotocol (N*. 224) op fol. 264 verso.

227. Minuten van acten in voogdijzaken verleden voor den schulte, met stukken betreffende dergelijke acten. 24 Augustus 1777—1801 September 7.

1 omslag.

NB. Hierbij eene aanteekening (d.d. 1743) van den schulte omtrent aan hem in eene voogd ij zaak toekomende emolumenten enz., eene „memorie" (d.d. 1803?) omtrent (loopende?) voogdijzaken (in dorso met de aanteekening „voor v. Pbehn") en eene nota (d.d. 18. . ) omtrent een in de „momberprotocollen" in te stellen onderzoek.

22H Acten en registers van acten in voogdijzaken, gedagteekend d.d. 6 April 1742—1810 October 12 en ten deele geregistreerd door den schulte over 14 Maart 1766—1810 October 12.

1 portefeuille en 3 deelen.

NB. Blijkens het onderschrift der eerste acten op de gefolieerde bladen in het 2de deel (1758—1799) is men eerst op 14 Maart 1766 met de registratie begonnen; daarvóór werden de oorspronkelijke acten (6 April 1742—1765 Januari 28) bewaard, die in later tijd gedeeltelijk zijn samengebonden (in het lst" deel over 1743—1753). Bij eene momber-rekening, op 27 October 1757 afgesloten, is aanwezig eene schuldbekentenis van denzelfden datum ten behoeve van den meerderjarig geworden pupil.

XXIII. Schuitambt Roden-Roderwolde. — 1811.

NB. Het schuitambt Roden-Koderwolde omvatte de kerspelen Roden (Roden, Lieveren, Steenbergen, Leutingewolde, Foxwolde, Aalte en Nijentap) en Roderwolde (Roderwolde en Matsloot).

229. Insinuatie van den schulte aan eenige personen tot het afleggen van den eed op de constitutie. 20 December 1791.

1 stuk.

NB. Afkomstig uit verzameling N°. 7 (Mrs. J. W. en P. D. Kymmell, te Utrecht en te Leeuwarden).

Sluiten