Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij noodlot, dat ik nog mijn bruiloftsdag

Zou vieren en in moeders echt mij mengen,

Een gruwzaam kroost bij haar ter wereld brengen.

Vermoorden zelf mijn vader die mij teelt.

Ik, die mij al dees schriklijkheên verbeeld,

Sloot, dus gedreigd van mijn geboortestarre,

Korintenland te ontwijken, en heel verre

Van daar te vliên, om dit schandaal te ontgaan,

Hetwelk ik uit Apollo had verstaan.

'k Vertrekke, en koom, (zoo 'k uit u heb vernomen)

Daar Laius is vermoord en omgekomen:

En toen ik nu ('k beken het u rechtuit)

Ter plaatse kwam, daar zich de driesprong sluit,

Bejegent me een heraut, en op een wagen,

Een oude (zoo gij mij hebt voorgedragen)

Van runderen getrokken. Dees bestaan

Mij uit den weg te drijven, en te slaan.

Ik toornig, sla den voerman, die braveerde,

Mij uit den weg terugge stiet, en keerde:

En de oude sloeg me, als ik kwam tot hem treên

Met kracht op t hoofd, wel tweemaal achtereen,

Werd ruim betaald met mijnen staf geslagen

ln eene reis, dat hij steil uit den wagen

Ter aarde stort.

2

De Bode (in antwoord, op de vraag wie Jokasta doodde)

Sie selber durch sich selbst. Doch ist von dem Das Traurigste entfernt. Der Anblick fehlet.

Doch solist, soviel auch mir Gedachtniss blieb. Das Leiden du der Kampfenden erfahren.

Denn da im Zorne stürzend sie gekommen Ins Innere des Hots, lief sie zum Brautbett schnell, Und riss das Haar sich aus mit Fingerspitzen. . Als sie die Türe hinter sich geschlossen,

Sluiten