is toegevoegd aan uw favorieten.

Aischylos' Agamemnoon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brengen van dit treurspel waarin de vrouw den teruggekeerden man dooden zou, en stout beweren dat zij de vol voerster van den wil van het noodlot was.

Dat het eerste tooneel van een goed drama het onmiddelijke zinnebeeld van het geheel is, kan hieraan beseft worden.

Het licht begint, het vlamt op, gelijkt, is in waarheid het teeken dat Troje gevallen is, en na zijn wekroep, en juichkreet dat hij de hand van zijn heer bij behouden thuiskomst beroeren zal, stort het voorgevoel, ja het weten van het naderend onheil zich in de woorden van den wachter over ons uit.

Mijn schelle roepen waarschuwt Agamemnoons vrouw Snel van haar bed gerezen ijlings in 't paleis (■roetend gejuich ter eere van dit vuursignaal Luide te heffen, is in waarheid Ilos' stad Gevallen, als de vuurbrand vlammewenkend duidt...

En ik zal nü-vast zelf den dans inleiden gaan!

\V ant van mijn heeren schrijf ik 't spel gewonnen aan,

Nu als drie zessen uitviel dit seinvuur voor mij...

Nog zij 't gegeven mijn heers welbeminde hand Met dees hand te beroeren na behouden komst!..

t Oovrige zwijg ik. Schroom klemt zwaar als ossehoef Mijn tong... Doch als dit huis zelf spraak en stem verkreeg, Zou t allerduidlijkst zeggen... Voor wie weet ben ik

Zeer wel verstaanbaar, voor wie niet weet, liever stom.

* *

De stroom van verbeelding waarvoor Aischylos de sluizen opende, zwelt aan in den Reizang. De mededeeling is geen andere dan dat voor tien jaar Menelaos en Agamemnoon uittrokken om den roof van Menelaos' vrouw Helena te wreken op Alexandros van Troje. Hun gaan wordt verhaald en hoe bij den uittocht twee adelaars met in hun klauwen een drachtig haas, verschenen : heilbelovend voorteeken. Maar ook hoe tegenwind de schepen ophield en, naar raad van den priester, alleen door de dochter van Agamemnoon te offeren op het altaar van Artemis, die godin, vertoornd op de hazen-moordende adelaars, kon worden verzoend. De