Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En, keilend over golfrug, boven alles uit Snelde de kloeke fakkellooper toen — o lust Te zien! — in gouden glorie als een tweede zon Met stralen boodschap op Makistos' uitkijk af.

En niet uit traagheid of door zorgeloosheids slaap Verwonnen bleef deze achter in zijn bodebeurt,

Maar ver over de stroomen van d'Euripos kwam t Licht seinend tot de wachters van Messapios. En — vlammenantwoord dat meteen 't bericht doorzond — Staken in brand die hoop van dordroog heidekruid.

Geen oogenblik verduisterd, maar in volle kracht Rees toen de fakkel op over Asopos' plein,

Als mane volhel, dan tegen Kithairoons rots Wekte het vuur te-reizen ander tijdlijk huis;

Kn gastvrij nam de wakkre wacht het op, en 't steeg len hemel uit eer 't verder snelde op zijnen tocht.

Toen over 't meer Gorgopis sprong te dansen 't licht En kwam zoo veilig op berg Aigiplanktos aan,

Daar joeg 't een zwerrem vonkend vuur op in de lucht, Die door 't onkarig krachtig stoken vlammend zwol,

Reuzige lichtbaard die, al verder, oversloeg Ier steilte die 't Saronisch golf bed overziet.

En plotsling als door bliksem stond in vuur en vlam Berg Arachnaios die de buurpost is der stad.

\ andaar sloeg neêr op dit dak van 't Atreidenhuis Dat licht in rechte linie Ida's vuur ontstamd.

Zoo zijn de reeglen van den fakkelwedloop mijn Waar elk in aan- en overreiken beurt vervult En de eerste en laatste looper deelen in den prijs. —

Zulk een bewijs en zoo'n kenteeken zeg ik u Van dat mijn man mij tijding zond uit Ilios.

Maar de kracht van haar persoonlijkheid blijkt daaruit, dat zij in de dan volgende woorden niet alleen aan het drama zijn richting geeft, maar ook — wonderlijk genoeg — door den Rei haar zienswijs doet goedkeuren. Als nu maar, zegt zij, de overwinnaars niet door het rooven van iets verbodens de goden krenken. En toch — ook al keert het leger, onbezondigd aan de goden, en al treft geen onverhoedsche ramp het, toch blijft ,,al eeuwig wakker 't wee van die verslagen zijn."

Hoe wijs, en hoe vrouwelijk. „Nobel uw woord, vrouw,

Sluiten