Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Immer nieuwe misdaên voortbrengt Trekkend naar haar eigen afkomst...

Van 't eerelij k-gerechte huis Valt lot altijd

Tot schoonen zegen in zijn kindren.

Oude zonde mint te baren In der stervelingen boozen Nieuwe schuld tot nieuwe jeugd.

Vroeg of later

Als 't voortelde daglicht opgaat,

Viert de wraakgeest in de woning Met onheilig, onverweerbaar,

Onbekrijgbaar tart-vertoon 't Feest van zwart Verderfs geboorte. ..

't Kind gelijkt zijn ouders.

Maar als een lamp straalt Recht in roetberookte stede En eert den deugdbezaden man.

Vergoud gestoelte waar onreinheid zit van handen,

Laat hij met oogen afgewend

En snelt naar rein verblijf, noch eert de macht van rijkdom Die is door schandes beeld mismerkt. —

Alles richt zij tot zijn einde.

Agamemnoons stoet vet schijnt op het tooneel.

Kom nader, mijn Koning, verwoester van Ilios, Atreus' zoon!

... Hoe moet ik begroeten u, eeren u ? Hoe zal 'k gaan

Niet te onder te boven de tijdige maat mijner hulde? —

Veel stervlingen, over de grens van het recht,

Verkiezen den schijn-van-te wezen.

Met den naaste in zijn weêrspoed ieder bereid

Tot zuchtend beklag, maar beet van pijn

Dringt nooit tot het hart....

En mede verheugden in uiterlijk doen

Verwringen tot vreugd 't lachlooze gezicht

Zorgvoudig om de innerlijke afgunst...

Maar wie goed kenner der schapen is.

Niet kan ontglippen aan diens mans oog

Dat wat schijnvleit uit oneerlijk gemoed

Maar watergelengden wijn schenkt...

Gij stondt in-der-tijd — ik verheel het u niet —

Toen 't leger gij rusttet om Heiena's wil.

Al bijster onliefelijk bij mij geboekt:

Sluiten