Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De blinkende mantel van uw liefde opent wijd —

vertrouwelijk ligt mijn hoofd in uw schouderholte.

Waar de vloeren zijn, en de muren, en de banken waar al het geziene en getaste is, rondom,

daar is een andere wereld, terzelfder ure,

daar is een groote, wijde zee, terzelfder plaatse,

daarover zweef ik veilig, rondom in 't prachtige,

in gouden schoonheidslicht, werkelijker dan werkelijkheid.

Want deze leelijke wereld is een bange droom,

het getaste en geziene is schim en ijdelheid,

maar de schoonheid staat er midden doorheen waarachtiglijk, op deze plaatsen, waar wij zijn, bestaan wezenlijker dingen.

Wat is het dan toch dat spreekt? Van waar die stemmen?

Hoor ik er niet die elkander vragen en elkander antwoorden ?

Gij zijt het niet, mijn Broeders, gij waart enkel, zij zijn velen gij spreekt één na d'ander, zij gelijkelijk, zonder verwarring.

Omspannen zij niet ruimte en tijd in gesloten hand?

Zien niet hun oogen de toekomst en elkanders harten?

Want hun stemmen worden tot één ding, zonder voorafspraak; en sprekende, weet elk wat de ander zeggen zal.

Als dit niet het leven der engelen is, wat is het?

Door u spreken de gelukzaligen tot ons.

Hun kristallen woning staat vast en waarachtig

dwars door onze huizen en kamers, die vaag als damp zijn.

Hun glans-gestalten bewegen door onze lichamen

als stoomschepen door nevelen des morgens op vlakke zee.

Sluiten