Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20 April 1392.

Fol. 150. Wij Willem van Gulich etc. doen kont etc. dat wij schuldich sijn van rechter scholt ende van geleende gelde onsen zwager Gadert van Hoemen of sijnen erven illef hondert ende vyftich Gelresche gulden, goet van goude ende gerecht van gewicht, xxxn grote so wij tot Arnhem doen slaen gerekent voir eiken gulden, wilke illef hondert ende vijftich gulden voerscreven wij voir ons, onse erven ende nacomelingen gelaeft hebben ende overmits desen brief gelaeven in goeden trouwen Gadert voerscreven of sijnen erven wittelic ende wael te betalen, die een helfte des voerscreven gelts up sente Martensdach in den wijnter nu naestkomende ende die ander helfte van der summen gelts voerscreven up sente Petersdach ad Cathedram oic nu neestkomende na datum des briefs sonder langer vertoch. Ende om die meerre sekerheit hier af hebben wij Gadert van Hoemen voerscreven burgen gesatt onse lieve rade ende vriende heren Johan van Bylant, heren Johan van Hoenslar geheiten van den Velde, heren Otten van Bylant, heren Robbert van Apeltern, riddere, Johan van Bylant heren Ottensoen, Gadert van Stramprade, onsen oversten rentmeister ende Arnt ten Boecop, onsen amptman in Veluwe, knapen, die voer ons gelaeft ende gesekert hebben in goeden truuen Gadert van Hoemen voerscreven in al sulken vurwcrden, were sake dat wij hem of sijnen erven die ellef hondert ende vijftich gulden voerscreven upten tween termynen als sente Mertens dage ende sente Peters dage voerscreven nyet en betaelden als voerscreven is, dat als dan als sente Mertens dach in den wijnter ende sente Peters dage vurscreven geleden sijn of bynnen vierthiendagen na üken termijn voerscreven als Gadert van Hoemen of sijn erven onse burgen voerscreven doen manen aen hoeren monde of an hoer weere dair sij nu wonachtich sijn mit hoeren besegelden apenen brieven yn soelen comen tot

Sluiten