Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schneeniaiin (Gerh.), Die kirchliche Gewalt und ihre Trager. Freibure i./Br. 1867. 8°. 6

Die Encyclica Papst Pius' IX, 7.

Sehneemann (Gerh.), Die kirchliche Lehrgewalt. Freiburg i/Br. 1868. 8°.

Die Encyclica Papst Pius' IX, 10.

Sehneemann (Gerh.), Der Papst, das Oberhaupt der Gesammtkirche. Freiburg i./Br. 1867. 8°.

Die Encyclica Papst Pius' IX, 8.

Schneemuiin (Gerh.), Weitere Entwickelung der thomistisch-molinistischen Controverse. Freiburg i./Br. 1880. 8°.

Ergiinzungshefte zu den „Stimmen aus Maria Laach", 13, 14.

Scholten (J. J.), De voortreffelijkheid van de leer der RoomschKatholijke kerk, geschetst door J. G. Ie Sage ten Broek, getoetst. 2e dr. Breda 1816. 120. E. M.

Schoinerus (Mich. Christ.), Dissertatio philosophico-moralis de Jesuitis non recipiendis. Wittenbergae 1723. 40.

Schouten (H. J.), De overgang van Roomsche geestelijken in Frankrijk tot het Protestantisme. Utrecht 1895. 8°-

Schouten (Petr.), Overgang van Frans Voorhout, uit de gemeenschap der Gereformeerden tot die van de Roomsch Katolijke kerk, door zijne openbaare belijdenis van derzelver leere, gedaan te Alkmaar 10 Sept. 1797. Amsterdam enz. [1797]. 8°. R. K.

Schouten (Petr.), Proeve ter beantwoording dezer vraag: Welke bewijzen zijn' er voor het bestaan eener onfeilbaare kerk? Zijn dit echte kentekenen van zulk eene kerk, welke door de RoomschKatholijken, als de voornaamsten derzelven, worden aangeweezen, enz. Amsterdam 1802. 8°.

Schouten (Pf.tr.), Uitbreiding van het onderwijs der R. C. jeugd, wegens 't heilig Sacrament des autaars en de heilige offerhande der Misse, enz. Leijden 1788. kl. 8°.

Sclireiben an den Herrn Advokaten N. N., Verfasser der Merk wiirdigkeiten tiber die Geschichte des ersten Jahrh. der Diener Maria, und der barmherzigen Brüder des heil. Johann von Gott. O. O. 1783. kl. 8°.

Scliryver (B. de) [D. Buddingh], Proselytenmakerij, of de kunst om kinderen en onnadenkende menschen tot de alleen-zaligmakende kerk te bekeeren. Tiel 1848. 8°.

Schulte (Friedr. von), De macht der Roomsche Pausen over vorsten, landen, volken en individuen, volgens hun leeringen en handelingen sedert Gregorius VII, ter beoordeeling hunner onfeilbaarheid. Uit het Duitsch. Amsterdam 1900. 8°.

Schulte (Jon. Friedr. von), Het gedwongen coelibaat en zijn opheffing. Vert. door S. G. Geertsema Beckeringh. Middelburg 1877. 8°- E. M.

Sluiten