Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevestigd, een geheel uitmaakt". Hat laatste gedeelte der aangehaalde uitdrukking

doelt op de massale tienden.

Wat hierboven reeds terloops als eene voor den afkoop van bloktienden belemmerend werkende omstandigheid werd medegedeeld, het gemis aan het noodige kapitaal, maakt voor een groot deel der plichtigen den afkoop ook van andere dan blok- en massale tienden zeer bezwaarlijk. Want de betaling van de afkoopsom behoort in geld te geschieden en tot het bijeenbrengen van eene som, vertegenwoordigende het twintigvoud der gemiddelde iaarlijksche opbrengst van den op den grond drukkenden tiend - den afkoopprijs, in art. 3 der wet van 1872 voorgeschreven en nader uitgewerkt — is de plichtige landbouwer veelal niet in staat.

Naast de genoemde oorzaken voor den geringen afkoop is nog deze andere te noemen, dat veel bouwland tot weiland is aangelegd, waardoor in verscheidene gemeenten het tiendrecht zich minder drukkend heeft doen gevoelen en daarmede de behoefte tot

afkoop verminderd is.

Yelen zijn geneigd het weinige gebruik, dat is gemaakt van de bevoegdheid tot afkoop, door de wet van 1872 gegeven, voornamelijk te wijten aan den lagen stand van de prijzen der producten, die omstreeks 1881 op het tydperk van hooge prijzen is gevolgd. Zij z\jn van oordeel dat, sinds die periode van lage prijzen, hoofdzakelijk hierom zóó zelden van de bevoegdheid tot afkoop is gebruik gemaakt, omdat, indien men daartoe ware overgegaan, bij de berekening van den afkoopprijs, bestaande in het twintigvoud der jaarlijksche opbrengst — tot maatstaf waarvan de gemiddelde zuivere opbrengst der vijftien laatste jaren strekt, na aftrek der twee voordeeligste en der twee nadeeligste (art. 3 der wet van 1872) - alsdan nog de jaren, toen de prijzen deiproducten hoog waren en de korenteelt niet ingekrompen was, in aanmerking zouden zijn gekomen, en men dus te veel voor den afkoop zou hebben betaald.

Naar het oordeel der Commissie overschatten degenen, die zich op dit standpunt plaatsen, echter den invloed, die ten deze aan het dalen van de prijzen der producten is toeteschrijven. Wel kan niet worden ontkend dat die invloed zich in de eerste critieke jaren van lage prijzen sterk gelden deed. Immers de totalen der afkoopsommen in de eerste jaren na 1880 zijn aanzienlijk lager dan die der vroegere jaren, gelijk blijken kan uit den volgenden staat, overgenomen uit de „Jaarcijfers".

Jaren. Totaal.

1872 155,116

1873 881,631

1874 613,246

1875 2,020,992

1876 1,087,904

1877 1,085,736

1878 1,022,936

1879 357,149

1880 122,651

1881 196,107

Sluiten