Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der afkoopsom is uitgegaan. Intusschen stelt zij er prijs op, goed te doen uitkomen, dat de gemiddelde jaarlijksche opbrengst der laatste jaren, bij de berekening der schadeloosstelling enkel is aangenomen als maatstaf van de opbrengst, welke in het vervolg van het tiendrecht ware te verwachten. Deze laatstbedoelde opbrengst toch is het, die zooveel mogelyk moet worden benaderd, ten einde hen, aan wie de afteschaffen tiendrechten toebehooren, in den waren zin des woords te kunnen schadeloos stellen.

De Commissie heeft geene aanleiding gevonden om aftewijken van het stelsel der wet van 1872, zoodat als maatstaf voor de toekomstige opbrengst der tienden de gemiddelde jaarlijksche opbrengst der laatste vijftien jaren door haar is gehandhaafd. Reeds bijna dertig jaren is deze maatstaf in ons bestaande recht erkend, zonder dat hiervan over het algemeen voor heffers of plichtigen ongeövenredigd voordeel of nadeel het gevolg is geweest. En in het stelsel van eene algemeene afschaffing der tienden, zoo deze in de eerstvolgende jaren mocht plaats vinden, kwam der Commissie die maatstaf zoowel met het oog op de belangen van de heffers als van de plichtigen billijk voor, daar de stand der producten prijzen in de laatste jaren gemiddeld als niet abnormaal mag worden beschouwd.

Ook de door den wetgever van 1872 aangenomen penning twintig is door de Commissie gehandhaafd. Oppervlakkig zoude men wellicht oordeelen, dat met het oog op de algemeene verlaging van den rentestand sinds 1872 het vijfentwintigvoud der gemiddelde jaarlijksche opbrengst tegenover de heffers billijker ware geweest dan het twintigvoud. Evenwel, grondige overweging heeft de Commissie overtuigd dat, ook onder de tegenwoordige omstandigheden, het twintigvoud der gemiddelde jaarlyksche tiendopbrengst, als het meest met de feitelijke waarde der tienden overeenstemmend is te beschouwen. Men heeft toch rekening te houden met den even onzekeren als wisselvalligen aard der tiendopbrengsten, met de moeilijkheden en bezwaren, zoo dikwijls aan de inning verbonden ten gevolge van weigering en verzet der plichtigen; altemaal omstandigheden, die tengevolge hebben, dat de tiendopbrengsten niet op gelijke lijn zijn te stellen met de inkomsten uit eene solide, vaste-rentegevende kapitaalbelegging.

Dat inderdaad door den penning twintig aantenemen de financiëele belangen der heffers niet geschaad zullen worden, kan in de eerste plaats blijken uit de gegevens, welke hierachter als Bijlage II zijn opgenomen, gegevens, tot welker overlegging de Commissie in staat is gesteld door de welwillende medewerking van den voormaligen Minister van Financiën Mr. Pierson. Het zij hier de plaats een woord van welgemeenden dank te richten, zoowel tot dezen vroegeren bewindsman voor de vriendelijkheid, waarmede hij steeds aan de wenschen der Commissie is tegemoet gekomen, als tot de ambtenaren, die voor het volledig bijeenbrengen der gegevens, verzameld in de Bijlagen I en II van dit verslag, zich zooveel moeite hebben gegeven.

De als Bijlage II samengebrachte tabellen bevatten opgaven omtrent den prys, waarvoor, in het tydperk van 1884 tot en met 1898, tiendrechten bij wege van verkoop, scheiding enz., tengevolge der overschrijving van de daartoe betrekkelijke akten in de openbare registers, aan anderen zijn overgegaan, en omtrent de waarde, die bij aangifte voor het recht van successie, in dat tijdperk, aan tienden is toegekend, vergeleken met de

Sluiten