Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn afgehaald, zullen de daarin vervatte mededeelingen, binnen de eerstvolgende 8 dagen, aan laatstbedoelden, ter door hen gekozen woonplaats bij deurwaardersexploit worden beteekend.

Abt. 54. Elk van hen, aan wie volgens het vorig artikel de inhoud van het aldaar bedoelde besluit moet worden medegedeeld, en op wien niet het bepaalde in art. 42 van toepassing is, zal, indien hij zich door dat besluit bezwaard acht, binnen veertien dagen na den dag, waarop de aangeteekende brief door of namens hem afgehaald of de in het laatste lid van het vorig artikel bedoelde beteekening gedaan is, zijne bezwaren schriftelijk kunnen inbrengen bij den voorzitter der Tiendcommissie, door wien de aangifte, in het eerste lid van het vorig artikel onder 1° bedoeld, is ontvangen, die op de in het laatste lid van het vorig artikel vermelde wijze daarvan kennis geeft aan elk der overige tot het inbrengen van bezwaren hierboven bevoegd verklaarde personen, en het onderzoek naar de gegrondheid der bij hem ingekomen bezwaren, zoo spoedig mogelijk aanhangig maakt bij eene, overeenkomstig art. 60 samen te stellen Commissie van Beroep, op welke het bepaalde in het tweede en derde lid van art. 61 mede toepasselijk is.

Deze doet aan ieder van hen, die volgens het vorig lid tot het inbrengen van bezwaren bevoegd waren, inededeeling, op welken tijd en waar ter plaatse zij hunne belangen mondeling zoowel als schriftelijk aan haar zullen kunnen voordragen.

Art. 55. Is binnen den in het eerste lid van het vorig artikel gesteldcn termijn geen bezwaarschrift ingekomen tegen het aldaar bedoelde besluit, dan zal daartegen geene voorziening meer openstaan, en zal hetgeen daarbij door de Schattingscommissie werd aangenomen, voor de verdere toepassing van het bepaalde onder a van art. 5, onherroepelijk vaststaan.

Art. 56. Zoodra het onderzoek der Commissie van Beroep deze heeft geleid tot een oordeel omtrent de gegrondheid van alle bezwaren, welke tegen het in art. 53 bedoelde besluit der Schattingscommissie zijn ingebracht, stelt zij ten aanzien van het pachtcoinplex, waarop dat besluit betrekking heeft, onder bevestiging of verbetering van hetgeen daarbij door do Schattingscommissie werd aangenomen, onherroepelijk vast, welke geldsom, voor de toepassing van het bepaalde onder a van art. 5, als de gemiddelde zuivere opbrengst van den tiend uit dat complex over de laatste 15 jaren, tot grondslag der aldaar bedoelde verdeeling moet worden genomen.

Sluiten