Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij geeft van hare uitspraak, waartegen geen verdere voorziening is toegelaten, kennis aan den voorzitter der Tiendeommissie, door wien de zaak bij haar is aanhangig gemaakt, die daarvan mededeeling doet zoowel aan de Schattingscommissie, van welke het bestreden besluit afkomstig was, als aan elk der in . art. 53 onder 1° tot en met 3° bedoelde personen.

Na het ontvangen dezer mededeeling, zal de evengenoemde Schattingscommissie, met inachtneming der door de Commissie van Beroep gedane uitspraak, zonder verwijl verder tot een oplossing hebben te brengen de vraag, hoeveel voor elk perceel, dat tot de gemiddelde tiendopbrengst van bovenbedoeld complex in één of meer der laatste 15 jaren heeft bijgedragen, de zuivere opbrengst in geld bedraagt, welke van het daarop tot dusver gegolden hebbend recht tot tiendheffing, gemiddeld jaarlijks, anders nog ware te verwachten.

Art. 57. Naar mate het door eenige Schattingscommissie ingesteld onderzoek deze heeft geleid tot een besluit omtrent de vraag, hoeveel voor do verschillende onder letter c van art. 50 bedoelde perceelen, die binnen haar district zijn gelegen, de zuivere opbrengst in geld bedraagt, welke van het daarop tot dusver gegolden hebbend recht tot tiendheffing, gemiddeld jaarlijks, anders nog ware te verwachten, brengt zij voor ieder van deze perceelen het bedrag, dat mitsdien als schadeloosstelling in hoofdsom van rijkswege zal zijn uittekeeren — onder gelijktijdige beantwoording der vraag, of dit perceel moet geacht worden, in de laatste dertig aan het in werking treden dezer wet voorafgegane jaren, nimmer als bouwland tot het kweeken van eenige akker- of tuinvrucht te zijn aangewend — ter kennis van de Tiendcommissie, welke haar de in art. 50 bedoelde mededeeiingen heeft gedaan.

Art. 58. Deze doet, zoodra ten aanzien van alle onder letter c van art. 50 bedoelde perceelen zoodanige kennisgeving van de betrokken Schattingscommissiën is ingekomen, van de besluiten der Schattingscommissiën bij aangeteekenden brief mededeeling:

1° aan degene die van het op bovenbedoelde perceelen tot dusver bestaan hebbend recht tot tiendheffing de in art. 26 bedoelde aangifte deed. doch alleen voorzooverre die besluiten betrekking hebben op perceelen, niet bedoeld onder os van art. 5;

2° aan de belanghebbenden bij bovenbedoelde perceelen, voor zooverre zij, binnen den in art. 33 gestelden termijn, zich gewend hebben tot den voorzitter der Tiendcommissie, by wien voormelde aangifte is ingekomen, met eene memorie als bedoeld in art. 34 nopens de

Sluiten