Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

perceelen, ofschoon niet formeel, feitelijk toch onbetwistbaar werd tot stand gebracht.

Onder de toepassing van dit artikel zijn dus geenszins te begrijpen de gevallen waarin voor de eigenaars van tiendplichtigen grond, hetzij met medewerking van het waterschap waarin die grond is gelegen, hetzij door tusschenkomst eener door hen daartoe opgerichte maatschap, het tiendrecht, waarmee hun land was bezwaard, in eigenlijken zin is ondergegaan en, voor langeren of korteren tijd, werd vervangen door een hoogere bijdrage in der polderomslag of wel door eene, bij de oprichting der maatschap, tusschen hen onderling overeengekomen verplichting tot het doen van zekere prestatiën in geld of in goed.

In die gevallen toch kan er van eene voortgezette tiendheffing volstrekt geen sprake zijn, aangezien de met tiendplicht belaste gronden dan formeel daarvan zijn ontheven, en hetgeen daarvoor in de plaats trad niets anders is dan eene, binnen zeker aantal jaren afloopende verplichting, wier titel en rechtsgrond uitsluitend zijn gelegen in de wilsovereenstemming, welke daaromtrent tusschen de gezamenlijke belanghebbenden bij den van tiend ontlasten grond is tot stand gekomen.

Zij, die bij het in werking treden der wet nog tot zoodanige contractueel vastgestelde prestatiën mochten zijn verbonden, kunnen alzoo niet gerekend worden daartoe gehouden te zijn krachtens eenige op hunnen grond rustende zakelijke schuldplichtigheid, als waarop volgens art. 2 de bepalingen dezer wet alleen het oog hebben. En met hetgeen door hen uit dien hoofde nog verschuldigd is, heeft dus ook de inhoud der onderhavige bepaling in het geheel niets te maken.

Art. 12. Ook hier, evenals in art. 3 en overal waar verder in het Ontwerp van eenige rente sprake is, vindt men — natuur 1 y k, slechts als voorbeeld ter verduidelijking-het bedrag daarvan ingevuld. Daarbij werd, met het oog op de stijgende richting, welke in de laatste 2 jaren in den rentestand over het algemeen viel waartenemen, uitgegaan van de zeker niet vermetele onderstelling, dat het tot schadeloosstelling der voormalige tiendheffers benoodigd kapitaal, in de naaste toekomst, door den Staat wel tegen een rente van 4 % a' pari zal kunnen geleend worden.

De regel, bij dit artikel gesteld, is dat elk door het in werking treden der wet van tiendplicht ontlast perceel, ten behoeve van het Rijk zal worden bezwaard met eene grondrente, ]/ü % meer bedragende dan de jaarlijksche interest, waartegen de Staat zich het geld heeft moeten verschaffen, dat als schadeloosstelling wegens de opheffing van het op dat perceel tot dusver bestaan hebbend tiendrecht, aan

Sluiten