Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan zal ook eerst bij die gelegenheid een bepaalde uitspraak behoeven gedaan te worden omtrent de vraag, welk deel dier kadastrale perceelen wel en welk deel daarvan niet met den gestelden tiendplicht is bezwaard geweest. Door deze vraag behooren hypotheekbewaarder öf Tiendcommissie zich echter niet te laten ophouden, wanneer de aangifte zich nog in de allereerste periode van onderzoek bevindt, welke bij dit en de twee volgende artikelen is geregeld.

Art. 31. De toepassing van hetgeen bij dit en het vorig artikel is bepaald zal in de practijk, naar alle waarschijnlijkheid wel leiden tot eeno volledige samenwerking tusschen den hypotheekbewaarder en de Tiendcommissie, waarbij het voor de hand ligt dat eerstgenoemde do opgave van namen en woonplaatsen der onder a en b van dit artikel bedoelde personen dan zal verstrekken door eenvoudig op zich te nemen het adresseeren der brieven, welke de Tiendcommissie aan de in dit artikel genoemde belanghebbenden heeft te zenden.

Art. 33. Bij het doen der aangifte, in art. 26 bedoeld, wordt de aanspraak op schadeloosstelling ter zake van eenig bij deze wet opgeheven tiendrecht, formeel alleen tegenover het Rijk geldend gemaakt. Het valt evenwel niet te miskennen dat de besluiten der betrokken Tiend- en Schattingscommissie omtrent de bij zoodanige aangifte van den kant des voormaligen tiendheffers gestelde beweringen, tengevolge van het bepaalde bij artt. 12 en 13, uitsluitend ten laste van degenen komen, die hetzij als eigenaren der bij de aangifte als tot dusver tiendplichtig opgegeven gronden, hetzij uithoofde van eenig daarop te hunnen behoeve gevestigd zakelijk recht, bij de onbezwaardheid dier perceelen een meer of minder rechtstreeksch belang hebben.

En, al moge het nu waar zijn dat zij, die als leden van voornoemde Tiend- en Schattingscommissie met de uitvoering der wet zijn belast, naar hun beste vermogen en met de meeste onpartijdigheid de juistheid dier beweringen zullen hebben te beoordeelen, toch kan het ambtelijk, inquisitoriaal karakter van dit onderzoek voorzeker de wenschelykheid niet wegnemen, dat aan bovenbedoelde belanghebbenden een redelijke tijd worde gelaten, om aan de aandacht der Tiend- en Schattingscommissie te onderwerpen, wat z ij in hun belang achten dat ter kennis van deze colleges worde gebracht alvorens deze, bij de verdere uitvoering der wet, omtrent de gevorderde schadeloosstelling en het daarvan afhankelijk bedrag der tiendvervangende grondrente hun oordeel vestigen.

Van die gelegenheid zal dus in de eerste plaats gebruik kunnen worden gemaakt door

Sluiten