Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zij stellen engelen voor, dragende de onderscheiden voorwerpen, bij het lijden en de kruiziging van den Zaligmaker gebruikt". Mede van de afbraak dezer kerk afkomstig wordt daar '/Oude Zeeuwsche metselsteen, lang 30, breed 15, dik 71/» centimeter en zwaar 6 kilogram" bewaard.

Eene nieuwe kerk, gelijk gezegd, werd in 1493 en 1494 ten Zuiden van de O. L. V. kerk, op de plaats waar vroeger was begraven, gebouwd. De kosten hiervan zijn ten laste van het gasthuis gebracht, dat daarvoor onderscheidene giften ontving '). In archiefstukken wordt deze kerk achtereenvolgens met verschillende namen aangeduid: gedurende den bouw en ook in eenige latere rekeningen noemt men haar »Gods ackere" of //capellekin"; éénmaal, direct na de voltooiing, zooals later blijken zal, St. Barbara; in vervolg van tijd komt zij meer onder den naam van Neerkerk voor; en de rendant eener straks te vermelden rekening van 1567 noemt haar O. L. V. kerk. Niet stilzwijgend mag hier voorbijgegaan worden, dat in Reg. nr. 371 gesproken wordt van gasthuismeesters der St. Barbara kapel, en in eene resolutie van Wet en Raad van 28 .lanuari 1568 gasthuismeesters geautoriseerd worden om met de kerkmeesters der Voorkerk van de Abdij, die door den brand van den 24 dier maand onbruikbaar was geworden, te accordeeren omtrent het gebruik van '/de capelle van Sinte Barbere, gesevt het nedergasthuys". De kwestie van namen moet echter bij de geschiedenis van dit gasthuis met zijn dubbelen naam en van de daartoe behoord hebbende kerken precies gesteld worden, en met het oog daarop verdient het opmerking, dat het eerstbedoelde stuk volstrekt geene betrekking heeft op eene kerkelijke maar op eene algemeene zaak, waarin gasthuismeesters voor het geheele gesticht partij zijn. Hoezeer er dus ook al letterlijk St. Barbara kapel staat, kan de beteekenis niet anders dan St. Barbara gasthuis zijn. In het laatste voorbeeld slaat de eigennaam eveneens op het gesticht: de kapel van het St. Barbara gasthuis. Zco heeft men ook in vervolg van tijd den naam, die het gasthuis laatstelijk gedragen had, gekoppeld aan de laatstgebouwde kapel en is in het spraakgebruik St. Harbara aan die kapel verbonden gebleven.

Nadat de kerk in 1558, 1560 en 1566 in drie rekeningen voorkomt

') Zie de rekening van 1-494/5 hoofdstuk: „Testamenten ende aelmijssen". l)e omschrijving van den laatsten post der 21c bladzijde van dit hoofdstuk is merkwaardig genoeg om hier af te schrijven: „Ontfangen nuter capsa van graeiën totten tymmeragen behouf ende dat ghecominen zijnde van een persone , die wy niet en kennen, die tot ons ghecomme is seggende: ghy goc mannen, gaet totten kisten, die aen den cruysse staet, ghy selter een sumine van gelde in vinden, die ghegheveu is totten tymmerageu, haeletet nut, dattet niet ghestolen en wart. Eude als wv dacrtoe camen, soe hebben wy daeriune ghevonden XI St XIXsch. 1111 gr.

Sluiten