Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als verhuurd voor berging van koopmansgoederen, werd zij in 1568 aan kerkmeesters der Yoorkerk van de Abdij afgestaan, die haar naar het schijnt tot 1571 gebruikt hebben. Althans in de rekening van 1571/2 wordt de opbrengst geboekt eener collecte, die in de gasthuukerk tot leniging van den nood, waarin het gesticht ten gevolge der tijdsomstandigheden verkeerde, gehouden was. Van 1579 tot 1589 was zij weder verhuurd aan Engelsche kooplieden. Het volgende jaar komt de huursom hiervan met meer voor "duerdien de kercke aenveert is by (het) collegie van Wet ende Raedt om daerinne predicatie te doene". In de rekeningen van 1605 tot 1624 wordt de huur geboekt van eeue kamer boven den ingang van de Engelsche kerk in de Nieuwstraat, waaruit blijkt, dat de Neerkerk toen bij eene Engelsche gemeente in gebruik is geweest. Met ingang van 1 Januari 1799 werd zij aan de R. C. gemeente verkocht, wat aanleiding gaf tot verbouwingen in de kerk zelf en tot het dichtnietselen van de verbindingsdeur met den aangrenzenden bajert (zie pakket O nr. 172 (nrs. 6 tot 8 van dezen Inv.)). Waarschijnlijk zijn toen ook de schilderingen, waarmede het verwelf ook van dezen tempel versierd was, verwijderd. In c. 1845 ging de eigendom der kerk over op de Chr. Afgescheidene, nu Gereformeerde gemeente, die er thans nog haren kerkdienst houdt.

Bij den bouw van //Gods ackere" werd altaarsteen verwerkt De voorlaatste post van de rekening over 1494/5 luidt: //Betaelt Aerrent die scnjnwerker voer de patroen van den appel te maken ende voer die ijsseren traelge in de II voerste doren te laten ende weder te sluten ende te hangen, ende noch van dat verweelf metten mockeren te maken up dat Heylic graf". Uit andere posten blijkt, dat die appel van 152 pond rood koper gemaakt werd, »met zonnen ende sterren ende manen» beschilderd en met een kruis op de kerk is gezet. Niet lang betrekkelijk heelt lnj daar gestaan: de appel van Jerusalem werd in 1588 voor oud koper tot een gewicht van 124 pond verkocht, maar eene herinnering er aan is tot heden nog in de afbeelding er van boven den ten zelfde jare gemaakten tweeden ingang tot de kerk in de Nieuwstraat bewaard gebleven. Van het * Heylic graf" is later nog eenmaal sprake, nl. in de rekening van 1513/4, waarin geboekt is: //Item noch betaelt Matte van een doeck opt Heylich graft, die sy gecoft heeft XXI gr." Vermoedelijk moet hier gedacht worden aan eene nabootsing van het Heilig graf te Jerusalem, zooals er niet zelden, gelijk mede afbeeldingen van den stal te Bethlehem, in de kerken gemaakt werden '). De deur, zooeven be-

1 197 WgO.' M0Ll KerkgeSCl"edeniS Va" -Xederlaad tA5' de Hervorming II derde stuk

Sluiten