Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doeld, hetzij geheel of gedeeltelijk van ijzer, werd in 1520/1 door een //poerte in de nyewe kerke" van wagenschot vervangen. Deze zal vermoedelijk dezelfde dubbele deur zijn geweest, die nog thans op de Lange Delft toegang tot de kerk verleent en op wier sluitband zich een beeld bevindt, waarvan de voorstelling in de laatste 100 jaren door verlies van enkele deelen en een dikke verflaag onzeker is geworden, maar in c. 1809, toen de gasthuismeester P. Ackermans jr. eenige notitiën over het gasthuis maakte, nog '/klaar zien" liet '/in het hout uytgehouwen Maria met het kindje" *). Boven de deuren in een nis, moeten zich vroeger steenen beelden bevonden hebben, zij werden in 1568 hersteld. (Zie de rekening van O. V. in het Nedergasthuis achter in nr. 91). In de kerk was gelegenheid tot begraven, waarvan tot in de eerste helft van de 19üi: eeuw gebruik is gemaakt 2)j Magdalena Clais' dochter van der Goes, ziekenmoeder, (c. 1550) en Johan van Bassklahrb, gasthuismeester, (1669) vonden er o a. hunne laatste rustplaats. Hierna zal te gelegener plaatse gewezen worden hoe het bouwen dezer kapel met begraafplaats wellicht een uitvloeisel is geweest van de stichting der broederschap Campo Sancto.

De Catalogus der oud- en zeldzaamheden, hiervoren aangehaald, vermeldt een rond blok, waarop een lam is afgebeeld, afkomstig uit het

gewelf dezer kapel.

Wat nu de overige gebouwen van het gasthuis betreft, wordt in de eerste plaats gewezen op de stadsrekening van 1428, waarin o. a. een pond Vlaamsch iu uitgaaf wordt gesteld, die op order van B. S. aan de gasthuismeester(s) werd betaald om "te helpen der clusenissen huus te maken." s) Dat van dit gebouw ook gebruik is gemaakt, blijkt uit de rekening van het gasthuis van 1494 5, waarin onder het hoofdstuk : «Den ontfanck uuter capsa ende alle die blockeu" o. a. deze post voorkomt: //Ontfangen van Aelkin, die voer die clusenesse 4) bat, twelke

•) Zie nr. 44 van de Varia der Bibliotheek vau handschriften, berustende in het Hijlis archiet in Zeeland.

») Het is mij niet mogeu gelukken om het jaar te vernemen, waarin voor het laatst in de kerk begraven is. De heer G. H. Kengs, pastoor te Middelburg, tot wien ik mij oui inlichtingen had gewend, heeft in het onder zijne berusting zijnde archief d. o. t. niets kunnen vinden. Zijne Weleerwaarde kon mij alleen inededeelen, dat in de notulen vau 1844 September 2, na het besluit oin de St. Barbara kapel te verkoopen, de vraag besproken wordt, hoe te handelen met de lijken, daar begraven, en in die van 1845 Maart 8 bepaald wordt, „dat de lijken, die in de St Barbara capel leggeu, allen in een gemetseld graf zullen worden geplaatst, dat daar aauwezig is en behoorlijk met zerken zal geslooten worden".

*) H. M. Kisteloo. Als voren (blz. 56).

*) Zie Verwijs en Verdam. Middelnederlandsch woordenboek III (kolom 1602).

Sluiten