Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geveer tusschen het hoofdgebouw en de nieuwe kapel, werden zeer waarschijnlijk nieuw gebouwd ter vervanging van een oud passantenhuis. Immers van af 1493 hielpen de gezellen uit den bajert (blijkbaar als noodhulp) aan het delven der fondamenten van de nieuwe kapel en in 1494 werden 50 pannen op het dak van den bajert gelegd, '/want hy boven al open stont." In den nieuwen bajert werd een steenen bak gemaakt «daer die ribouwen uutdrincken", en de rekening spreekt ook van hun bedden, benevens van het leggen eener goot tusschen '/tlanghe zieckhuys ende de mannen bayart", het dichten van vensters van het lange ziekenhuis en van de '/vierscare". üe mannen en vrouwen bajert schijnt beneden, de vierschaar boven geweest te zijn. In 1590 moet men de bajert niet meer in het gasthuis zoeken, maar in het Bagijnhof, waar de woningen, later gemerkt nrs. 36 en 37 , als zoodanig dienen. Het oude gast- of passantenhuis verliest in 1605 den naam van bajert, waaronder wij het in de stukken leerden kennen; het wordt nu voortaan aangeduid onder dien van mannen en vrouwen pottershuizen. De genoemde huizen nrs. 36 en 37 werden in 1607 weder voor woningen ingericht en verhuurd, zoodat de pottershuizen in dat jaar naar elders verplaatst zullen zijn, vermoedelijk weder naar het gasthuis, althans in 1631 en volgende jaren wordt het pakhuis nr. 26 (op het erf van het gasthuis, voorheen de Engelsche kamer, later verhuurd aan het chirurgijnsgilde) als zoodanig aangeduid, waarna in 1649/50 de woningen nrs. 26 en 27 in het Bagijnhof als pottershuizen voorkomen, waar zij nu voortdurend gevestigd bleven. Bij de reorganisatie der gestichten in 1812 bleven de pottershuizen nog in stand (zie de notulen van de Commissie der hospices van 1812 November 24).

De rekening van 1499'1500 houdt ook nog in: «Reparatie van den uuthove", eene hofstede met bouw- en weiland, die door en ten bate van het gasthuis geëxploiteerd werd. Zij moet tusschen 1526 7 en 1558/9 geliquideerd zijn, want in de rekening van laatstgenoemd jaar komt den "Ontfanck van dat vercoft es geweest op het uuythof van beesten ende vruchten" niet meer voor. Ook te Westkapelle schijnt het gasthuis een hof gehad te hebben, dat echter niet rechtstreeks door het gasthuis gedreven werd.

De reparatiën, die in de rekening van 1505/6 geboekt staan betreffen //heer Jans camer" en '/die winckele naest den gasthuuse". Heer Jan was provenier in het gasthuis, tevens kapellaan. Reeds van het jaar 1432 blijkt, dat het gasthuis ook als proveniershuis diende. Hunne woningen schijnen aan de straat vóór en naast de kerk van O. L. V.

Sluiten