Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkeeren. Welk eene actie daarentegen treedt er in c. 1492 in: in de stadskerken en elders worden voor liet gesticht sermoenen gehouden; gasthuismeesters vergeven als collators een officie op het altaar, dat met de hulp van de broeder- en zusterschap gefondeerd is; een paar maanden later verschijnt eene pauselijke bul, die aan 150 leden van het in het gasthuis gevestigde gilde onder zekere voorwaarde aflaat van zonden geeft; een nieuwe kapel met nabootsing van het Heilig graf en gelegenheid tot begraven verrijst, tegelijkertijd komt de broederschap van Campo Sancto tot stand; vele verbouwingen komen voor; de kerkelijke diensten (missen) breiden zich uit, en de ontvangsten van offerhanden nemen zeer toe. De rekeningen van het laatst der 15ic eeuw en andere archiefstukken getuigen in alles van een nieuw leven, ook ten opzichte van de gilden van St. Maria en St. Barbara; zij hebben zich vereenigd tot één krachtig geheel: het gilde van Onze Lieve Vrouwe van der qualen. De pauselijke bul van 1492 (Reg. nr. 350), juist opgevat, zegt ons dit.

Voor eenige oogenblikkeu moet het onderwerp van de broederschappen blijven rusten om eerst de juiste beteekenis te leeren kennen van eene uitdrukking in den bedoelden aflaatbrief en andere berichten uit het archief, die de meening kunnen doen ingang vinden, dat er te Middelburg twee gasthuizen zijn geweest. Gelijk reeds is opgemerkt, is er in de stukken tot 1447 alleen maar sprake van Onze Vrouwe hospitaal. In 1453 treedt de naam van St. Barbara op. Vervolgens komen tot 1500 beide namen afwisselend of tegelijk voor, waarna nog een tijdlang St. Barbara alleen wordt genoemd. Nu blijkt na 1453 al zeer spoedig, ul. in 1456, dat met het St. Barbara gasthuis hetzelfde gesticht bedoeld wordt, dat in 1455 Onze Vrouwe gasthuis heet, (vergelijk Reg. nrs. 214 en 220). Ook bij vergelijking van stukken uit lateren tijd blijkt het duidelijk, dat met het gasthuis, hoe ook genoemd, steeds dezelfde stichting wordt bedoeld, terwijl het meermalen achterwege blijven van een eigennaam, daar waar van het gasthuis gesproken wordt, er mede op wijst, dat er te Middelburg maar e'éne zoodanige stichting aanwezig was. Waren er twee geweest, men had het huis niet ongenoemd gelaten. Bevatten de archiefstukken alzoo voldoende aanwijzing, dat zij op slechts één gasthuis betrekking hebben, ook bij het onderzoek naar de gebouwen is geen spoor te ontdekken geweest, dat aan een zelfstandig O. L. V. gasthuis èn een St. liarbara gasthuis herinnert. Na hetgeen hiervoren van de gilden is medegedeeld, is het dan ook duidelijk, waarom het gesticht twee namen gedragen heeft. In het bestaan van twee gilden in het gasthuis en in het feit, dat dit laatste woord door mij, en wellicht ook door anderen in engeren zin is opgevat, ligt de verklaring van berichten,

Sluiten