Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij ziekte te verplegen ontstaan is. Later nog zullen de andere diensten zich ontwikkeld hebben, waaromtrent hier volstaan moet worden met de mededeeling der tijdstippen, waarop zij zich uit de thans nog aanwezige bescheiden leeren kennen.

Van het kluizenaar stershuis is hiervoren reeds het weinige, wat omtrent deze inrichting is bekend geworden, medegedeeld, zoodat dadelijk overgegaan kan worden tot de vermelding van den dienst der

Armenzorg, waarmede het gasthuis (stellig toch naast andere collegiën van liefdadigheid in de stad) is belast geweest. Omtrent dezen dienst blijkt uit het archief niet veel. Het oudste stuk, dat er op wijst, is dat van 1433 (Reg. nr. 121), waarbij eenig land en eene rente geschon- v ken wordt, om daarmede den armen binnen het gasthuis en daarbuiten in hunne nooden bij te staan. //Den armen binnen het gasthuis en daarbuiten", zeker, de schenker heeft zich duidelijk uitgedrukt, want vroeger verstond men onder het woord armen alle menschen, die in eenig opzicht hulpbehoevend waren, dus ook reizigers en zieken. Hij wenscht, dat zijne gift zal aangewend worden voor deze, maar ook ten bate zal komen van de armen buiten het gasthuis, dat zijn de arme huiszitters. Schenkingen, waarbij dit dubbele doeleinde is uitgedrukt, komen nog voor in eene oorkonde van 1468 (Reg. nr. 267), in eene van 1478 (Reg. nr. 321) cn in eene van 1540 (Reg. nr. 509). Uit de rekening van 1465/6 blijkt, waartoe deze liefdadigheid zich in hoofdzaak bepaalde, nl. in uitdeelingen //achter der stede" in geld; bij de omschrijving eener zoodanige uitdeeling in Augustus staat nog aangeteekend: «dat sy (de armen) barminghe copen souden". Ook de rekening van 1488/9 bevat een hoofdstuk van uitgaven // om den aermen te deele byne den gasthusse

ende daerbuten". Na dien tijd blijkt van armenzorg in hoofdzaak uit de rekeningen niets meer.

Proveniershuis. \an de gelegenheid om zich woning met of zonder kost in het gasthuis in te koopen, blijkt van 1432 tot 1526/7 (zie Reg. nrs. 118, (168), 267, 288, (292), 307, 339, 367 , 391, 396, 399, 422 en de rekeningen tot 1526/7). De inkoop geschiedde natuurlijk toen nog niet naar een bepaald tarief, maar voor iedere overeenkomst werden de voorwaarden door partijen vastgesteld, waaronder niet zelden eene schenking van goederen eener- en de verzekering eener lijfrente in geld boven inwoning anderzijds voorkomen. Enkele malen blijkt, dat de verzekerde zich ook verbindt om eenigen dienst in het gesticht te verrichten, waardoor de grens tusschen proveniers en geëmplooieerden in het gesticht niet duidelijk zichtbaar is. Vrij waarschijnlijk is het, dat deze proveniers meestal tot de bekende gilden hebben behoord; wanneer het

Sluiten