Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenige jaren later (1681) legde de notaris Udemans , wiens optreden als gasthuismeester de geheele administratie ten goede kwam, een nieuw grootleggerboek aan (nr. 415). Hij schreef de landen en huizen in eene andere geographische orde in dan in 1604 was geschied, en de bewijzen niet, zooals toen, onder de eigendommen, maar in afzonderlijke hoofdstukken zonder eenige volgorde. Ook stukken van personeelen aard werden in het deel ingeschreven. Wederom echter werden alleen de papieren opgeschreven en overgenummerd, die binnen den gezichtskring van den bewerker vielen. Met dit tweede deel ging het als met het eerste, alleen met dit onderscheid, dat het later nimmer meer vernieuwd werd. Wel maakte men in 1730 nog een inventaris van de eigendommen, maar veel beknopter en zonder aanduiding van stukken (zie nr. 417). De geographische orde, welke door Udemans bij de inschrijving van landen en huizen was aangebracht, bleef gelukkig in de rekeningen en kleine leggerboeken tot 1812 vrij wel gehandhaafd, zoodat deze tot een uitmuntenden leiddraad voor de ordening van de talrijke losse stukken van dit archief dienen kon. Het is toch duidelijk, dat de inventarisatie van bewijzen, ook al was die in 1681 overigens in eene zekere volgorde geschied, uithoofde van groote onvolledigheid toch nimmer eene aanwijzing voor mijne ordening kon inhouden. De talrijke ambachten of parochiën, waarop de nog aanwezige bewijzen betrekking hebben, worden alleen in de lijsten der eigendommen volledig teruggevonden. Hersteld is dus het in 1681 verbroken verband tusschen eigendommen en bewijzen. Met de brieven van huizen kon niet op gelijke wijze gehandeld worden. Hiervoren is reeds gezegd, hoe oudtijds de verkregen panden spoedig weder van de hand werden gedaan, de brieven er van bleven echter achter, zoodat de vele plaatsen en de talrijke straten en buurten, die deze vermelden, niet in den inventaris van de huizen in de 17d'! eeuw, toen het bezit daarvan betrekkelijk gering was, voorkomen, üit dien hoofde is de rangschikking dezer stukken geschied: eerst die te Middelburg in alphabetische orde naar de straten en buurten, daarna die op het platteland in alphabetische orde naar de plaatsen. De ordening van rentebrieven en stukken betreffende tienden is zooveel mogelijk overeenkomstig de leggerboeken en rekeningen. Niet onopgemerkt mag blijven, hoe volgens het door gasthuismeesters gebezigde systeem van inventarisatie een giftbrief, een testament, een contract etc. ook in achterstaanden inventaris niet zelden bij de eigendomsbewijzen van landen, huizen of renten eene plaats kreeg. Ik heb echter gemeend ten opzichte van dergelijke stukken, die tevens inwoning in het gesticht (proveniers) betreffen, eene uitzondering te mogen maken, en deze beschreven in eene onder-

Sluiten