Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afdeeling vau het Bestuur van het huis en der in het huis verpleegden.

Onder de nu nog overblijvende oude stukken, die vroeger nooit beschreven zijn, bevindt zich een groot getal papieren, wier inhoud er zelf op wijst, dat zij als familiepapieren tegelijk met vermaakte of vererfde boedels aan het gesticht zijn vervallen en daarvoor geene waarde hebben. Als boedelpapieren vonden zij dan ook hierachter in eene afzonderlijke paragraaf eene plaats -

In tegenstelling van de wijze van bewaring vau de massa der oude brieven, die, hoewel laatstelijk eenigszins iu chronologische orde vereenigd, vroeger, voor een gedeelte althans, eene groepeering naar de lauden, huizen, renten, etc. ongeacht hunne afkomst hebben gehad, vond ik bij het archief eenige partijtjes stukken blijkbaar zooals zij, vermoedelijk door in het gasthuis overledene personen, waren achtergelaten, in twee gevallen met processtukken of andere vermeerderd. Zij bleken meestal betrekking te hebben op buitenslands gelegen goederen, ten opzichte waarvan het erfrecht van het gesticht zoo moeielijk te handhaven was. Daar het uit de rekeningen niet blijkt, dat deze goederen geheel naar den bestaanden regel aan het huis zijn vererfd, krijgen de bewijzen er vau eene bijzondere beteekenis, geheel verschillend van die der massa hiervoren bedoeld. Het gesticht heeft als het ware nog pretensie op de bij die stukken bedoelde goederen, waarmede dan ook hunne afzonderlijke bewaring volkomen verklaard wordt. Zij zijn in den Inventaris in eene afzonderlijke afdeeling vermeld, waarbij tevens eenige andere verspreide stukken, afkomstig vau vreemdelingen, beschreven zijn.

De aandacht wordt thans gevraagd voor de relatieven tot de notulen. Bij het aanleggen van het tweede groote leggerboek in 1681 begon Udkmans daarin ook enkele relatieven te inventariseeren, maar hoewel de verzameling dagelijks aangroeide, werd er in langen tijd aan beschrijven niets gedaan. Tn c. 1787 sloeg men de hand weer aan het werk. Met een index op de notulen werd ook een inventaris van de losse stukkeu gemaakt, nadat zij bevorens naar hun aard in drie groepen gesorteerd waren, genummerd en tot pakketten A, B en C vereenigd. Eene vernieuwing van die lijsten vond iu c. 1781 plaats, deze laatste werd tot 1812 bijgehouden. Ook eenige stukken van geldelijken aard werden in deze lijsten opgenomen. Maar noch in c. 1737, noch iu c. 1781, noch in het tijdvak c. 1781 tot 1812 werden alle stukken beschreven. Een gedeelte van die losse onbeschreven stukken vond men later; zij werden in c. 1827 bijgeschreven. Daarna trof men er weder aan, waarmede in c. 1863 op gelijke wijze is gehandeld. En thans bij de ordening dezer archieven is de rest voor den dag gekomen (zie nrs. 10 tot 16). Aan

Sluiten