Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

halve oude co9tumen komen hierin voor: „Coustumen ende reglementen" voor gasthuismeesters en voor den ontvanger (zie ook fol. lc verso nr. 12 en fol. Ic I nr. 17), reglementen en instructiën voor de binnenvader en moeder, voor de ziekenmoeder, voor de dienstboden, voor de ziekentroosters, voor de dokters, voor de apothekers, voor de chirurgijns, voor den concierge van het pesthuis en voor den pestmeester. Verder nog een reglement voor de cellebroers met ampliatiën van 1668 Februari 17, (c. 1685) en 1801 Maart 10, benevens „Reglement voor dengenen, die ten tyde van de peste wert geëmploieert tot het doen van diversche saecken", en „Reglementen tusscheu deseu gasthuyse ende deu duytsen armen binnen deser stadt", betreffende arme pest-, steen- en poklijders, en de Kleine Armschool.

20. Authentiek extract uit het groot-leggerboek van 1604 (nr. 414) betreffende het recht van het gasthuis op de goederen van hen, die daarin komen te overlijden. 1743.

1 stuk in 1 omslag.

C. BESTUUR TAN HET HUIS EN DER IN HET HUIS VERPLEEGDEN.

§ 1. Gast- en ziekenhuis.

21—26. Register van personen, die voor rekening van het gesticht ter verpleging zijn opgenomen. (Vreemdelingen, arme ingezetenen). (Lootjesboeken). 1584—1812.

6 deelen.

N.B. Iedere aanvraag om opgenomen te worden werd onderzocht en beoordeeld door den met het presidie belasten regent, waarbij een der chirurgijns den betrokken zieke visiteerde. Na akkoordbevinding werd een lootje afgegeven, dat voor den Hjder als toegangsbewijs diende. De klerk, later de binnenvader, schreef de met een lootje ingekomen zieken in dit register. Behalve de namen en voornamen bevatten deze deelen in hoofdzaak ook nog opgaven van de plaats, waarvan de zieken herkomstig zijn, en van den datum van inkomen en uitgaau of overlijden; van 1782 tot 1812 tevens aan welke ziekte overleden (resolutie van Wet en Raad dd. 1781 September 29) (pakket C nr. 125)). In 1777 is men begonnen om ook vau den ouderdom der patiënten melding te maken en spoedig daarna van den godsdienst en enkele andere renseignementen. Behalve de nominatieve opgaven komen er ook numerieke in voor: vau 1699 Maart tot 1735 Maart hoeveel mannen en vrouwen aan het einde van elke maand nog ter verpleging blijven (enkele malen zijn daaronder ook de soldaten of audere betalende personeu, die niet nominatief vermeld zijn, begrepen), en van 1702 Januari tot 1735 Maart hoeveel mannen en vrouwen iu de afgeloopeu maand zijn ingekomen.

21. 1584—1599.

N.B. In dit deel zijn ook militairen ingeschreven (zie nrs. 28 en 29), en is geene melding gemaakt vau den datum van outslag. De bladen zijn genummerd 4 tot 390, daarna volgen nog 7 beschreven bladen, die niet genummerd zijn; blad 1 tot 3 ontbreken dus, vermoedelijk hebben daarop aanteekeningen vau anderen aard gestaau, want aan het hoofd van blad 4 staat:

Sluiten