Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Register van de siecken, die tot Middelburch int gasthuys < omen, incipiens anno 1584 primo. Laus Deo seinper." Achterin eene kopie van een verlofbrief voor een soldaat, en lijsten van Engelsehe soldaten, in het huis verpleegd.

22. 1659—1677.

N.B. Vuórin een onvolledige index, gerangschikt in alphabetische orde van de voornamen. Achterin notitiën van huishoudelijke zaken. Op den band staat: „Lootiensboeck begonnen January 1659 ende dat van de arme ende vreemdelingen, dewelcke in het gasthuys binnen deser stad Middelburch sieck gecoomen sijn, oock die aldaer sijn uytgegaen ende mede die aldaer sijn overleden, eindigende December anno 1677", en met eeue latere hand: „N° 3 oudarchief".

28. 1699—1715.

N.B. Achterin notitiën van huishoudelijke zakeu. Op den baud staat: „Lotyesboek, begonnen 1696" (lees: 1699).

24. 1715—1747.

N.B. Op den band staat: „Lootisboek, begonne 1715".

25. 1748—1788.

N.B. Op de laatste bladzijde eene aanteekening omtrent een van deu

steen gesneden man, en eene andere van het overlijden van

dienstboden in het huis in 1767 en 1770. In dit deel zijn ook enkele betaleude personen ingeschreven.

26. 1789—1812.

N.B. In dit deel zijn ook enkele betalende personen ingeschreven.

27. Register van personen, die voor rekening van het gesticht ter verpleging zijn opgenomen (vreemdelingen, arme ingezetenen). (Lootjesboek). 1797—1812.

1 deel.

N.B. Op het titelblad staat: „Ziekeboek, gehouden door de ziekeraoeder Dikna van Twingïn wed. Deybert, begonnen deu 10 Juuuary 1797". Van achteren tusschen de jaren 1811 eu 1812 de nanieu van Engelsehe eu Kussische krijgsgevangenen, die in het laatst van 1799, in het begiu van 1800 en in het laatst van 1807 zijn verpleegd geweest.

28 en 29. Register van personen, die voor andere rekening dan die van het gesticht ter verpleging ziju opgenomen (soldaten, matrozen, burgerpersonen). 1604 en 1689—1747.

2 deelen.

N.B. Zie het aangeteekende bij nrs. 21, 25 en 26. De voor rekening van particuliere administratiën of personen naar het gasthuis gezonden zieken of gekwetsten werden opgenomen op vertoon van een biljet, afgegeven door de autoriteit, die voor de betaling aansprakelijk was (compagnies-commandant, commandant van het schip, directeur van de Oost- of West-Indische compagnie, diakonie etc.). — Deze deelen bevatten de opgaven van naam, voornamen, datum van inkomen eu uitgaan of overlijden, en bij de soldaten deu naam van deu kapitein.

Sluiten