Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over het oudarchief loopt, voortdurend is gebleven. In 1597 werd er beraadslaagd over het aanstellen van een ondermeester; daartoe schijnt het echter niet gekomen te zijn, want een paar maanden later werd de vrouw van den schoolmeester f 50,— toegelegd om haar man te helpen „wegens de veelheyd der kinderen" (zie nr. 1481 blz. 57). Van Boxhorn bericht in 1644, dat de school door 200 kinderen bezocht werd, Smallegakge stelt 50 jaren later dit getal eveneens op 200, terwijl op eene notitie van c. 1785 235 schoolgaande kinderen werden opgegeven en 51 op de in 1707 ingestelde avondschool voor arme kinderen, die overdag op een ambacht waren (zie de notulen van September 29 in nr. 1 van dezen Inv.). De schoolmeester werd door gasthuismeesters en gecommitteerden van de gemeene armen (later Nederd. Herv. diakonie) in eene gecombineerde vergadering benoemd. 1725 Maart 3 troffen de betrokken collegiën eene overeenkomst om de benoeming op beurteil te doen (zie pakket C nr. 64* (nrs. 6 tot 8 van dezen Inv.)). Het blijkt, dat de schoolmeester in de 17(le en 181e eeuw ook burgerkinderen tegen betaling ter leering ontving. Het bestuur meende, dat dit niet anders dan ten nadeele van het gewone onderwijs was, waarom het den schoolmeester met verhooging zijner jaarwedde verbood om langer burgerkinderen te onderwijzen (zie de notulen van 1775 Augustus 11).

Het oogmerk van de fondateurs is dus ten volle bereikt: de school handhaafde zich in den loop van tijd en een ruim gebruik werd er van gemaakt. Niet echter geheel en al zonder inoeielijkheden. In 1567 deed de bisschop van Middelburg eene poging om over hare geldmiddelen te beschikken, die echter door de flinke houding van het stadsbestuur mislukte '). Nauw verbonden aau het gasthuis en de gemeene armen , deelde ook de school in den tegenspoed, die deze beide instellingen door de tijdsomstandigheden van 1572 tot in het begin der 17,l,: eeuw troffen. Het „achterstel ende verloopen van de schoole" bedroeg in 1606 131 k. 15 sch. 2 gr. 6 myten. In strijd met de d. o. t. aangegane verplichtingen verzochten gasthuismeesters van die schuld ontlast te worden, welk verzoek echter door het stadsbestuur van de hand werd gewezen (zie nr. 1134). Minder dan men had mogen hopen vielen in lateren tijd aau deze stichting schenkingen ten deel, slechts één beduidend legaat is mij uit het archief gebleken. Het was Adriaenken Jans dochter, die bij beschikking van 1646 Februari 6 het huis Vive la Busse in de Lange Delft aan de Armschool en de Armen elk voor de helft met last van onvervreembaarheid vermaakte (zie de kopie van haar testament in pakket C nrs. 205 en 241) (nrs. 6 tot 8 van dezen Inv.). Het pand komt voor het eerst in de rekening van 1655/6 voor.

Als zelfstandige stichting had de Kleine Armschool hare eigene bezittingen; zij werden door gasthuismeesters en diakenen beheerd, maar natuurlijk geheel afgescheiden van de gasthuis- en armengoederen. Aanvankelijk voerde de ontvanger van de armen deze administratie, doch van af 1604 — misschien nog vroeger — de ontvanger van het gasthuis, die er tot 1811 onafgebroken mede belast bleef. Hunne rekeningen werden afgehoord door gecommitteerden van het stedelijk bestuur en van de armen eu door gasthuismeesters. Het voor- of nadeelig saldo kwam ten bate of laste van het gasthuis eu der armen, elk voor de helft.

Weinig of niets — evenals van het archief van het Armweeshuis, met welks bestuur ook de diakonie was belast — is uit de periode J564 tot 1604 bewaard gebleven. Slechts 2 onvolledige rekeningen van 1564/5 en 1565/6, die achter de gasthuisrekeuiugeu (nrs. 88 en 89) voorkomen, zijn aanwezig. Die van 1564/5 was niet de eerste, die afgelegd werd, er moet er vóór dien tijd ook eene gedaau zijn, waarvan in de rekening van 1564/5 gerept wordt, en die bedoeld zal zijn in den fun-

Zie Zelandia illustrata I (blz. 339;..

Sluiten