Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelde voor de bewaring van zijne na te lateu papieren '), waaraan hij de helft van de rente van 200 pond Vis. verbond. Eerst moest het archief komen aan Hendrik of Coknelis Udemans , daarna aan Appollonia van Fuïrden (eene dochter van Laurens' zuster C'ornelia), gehuwd met Pieter Bistijn, vervolgens aan haar neef Johannis de Pauw, verder op diens zuster Sara de Pauw, waarna het moest versterven op het oudste der kinderen van Laurens' broeder Cornelis. Het is echter met de erfopvolging van het archief en de daaraan verbonden rente anders geloopen, dan de testateur had bepaald. Bij het overlijden van Maria de Pauw in 1693 waren hare zwagers Hendrik en Cornelis reeds dood, het archief kwam toen aan Appollonia van Fuyrden, die het tot c. 1740 in bewaring heeft gehad. De verzameling ging over op Pieter Bustijn, een zoon van de meermalen genoemde Appollonia, die haar tot c. 1756 bewaarde, zij kwam toen aan diens dochter Appollonia Bistijn, echtgenoot van dr. Henricus Kintius. Aan haar werd in 1769 voor het laatst de rente ad 3 pond Vis. betaald. Vermoedelijk stierf zij kinderloos en is het archief in dat of het volgende jaar met de rente er aan verbonden, benevens de portretten van Udemans en van zijne echtgenoot en beide zoons, aan het gasthuis overgegaan. De notulen van gasthuismeesters bewaren echter over deze overdracht het zwijgen. Eerst in 1785 Februari 1 wordt er van gezegd, dat het archief is nagezien, dat het geborgen is gedeeltelijk in eene kist, „die geplaatst is op de groote zolder", gedeeltelijk in het kantoor, dat het is genoteerd in een boekje en er bovendien twee inventarissen (die elkander aanvullen) van zijn geformeerd , berustende onder de papieren van dezen huize onder nr. 129 (pakket C rs. 6 tot 8 van dezen Inv.)). Éën dezer inventarissen is eene kopie van een inventaris, opgemaakt door Pieter Bistijn, en vermeldt de papieren, die in de wagenschotten kist op'den zolder waren geborgen. De omschrijving is zeer onbepaald en zonder nummering. 1785 Januari 11 werden deze stukken door gasthuismeesters nagezien, en daarBij bevonden, dat „een bundelken met papieren en mede eenige quitantiën van den koop van 't huys van Gijsbreoht van Lansbergen etc." ontbrak, maar dat er daarentegen verscheidene papieren in de kist aanwezig waren, die op den inventaris van Pieter Bustijn niet vermeld stonden. Ze werden er op bijgeschreven. De andere inventaris, gedateerd 1785 Februari 1 en vermoedelijk door gasthuismeesters opgemaakt, vermeldt in 40 nummers de stukken, die in het kantoor waren geborgen. Elk nummer bestaat meestal uit eene min of meer groote verzameling, o. a. nr. 1 uit een blikken trommel met papieren volgens eene door L. Udemans eigenhandig geschreven en daarbij gevoegde lijst (zie nr. 1372). De pakken en bundels zijn van het nummer van den inventaris voorzien, zoodat zij met weinig moeite te herkennen waren. Bij de ordening van deze verzameling nu is gebleken, dat de bescheiden, die eene plaats in het kautoor van het gasthuis hebben gehad, op eene enkele uitzondering na (een schuldboek van de notarie uit den blikken trommel) nog aanwezig zijn. Daarentegen heb ik met zekerheid geen enkel stuk van den inventaris van P. Bustijn herkend, noch de eikenhouten kist zelt aangetroffen. Het is mogelijk, dat de hierachter ouder nrs. 1361, 1362, 1364 tot 1371 beschreven bescheiden, die niet op den inventaris van gasthuismeesters vermeld zijn, deel van den inhoud der kist hebben uitgemaakt, maar het 'meest waarschijnlijk komt mij voor, dat de kist bij de ontruiming van het gasthuis op den zolder is achtergebleven en in 1866 met haar geheelen inhoud iu handen van de sloopers der gebouwen van het oude gasthuis is gevallen.

Zooals gezegd, schonken Udemans en zijne echtgenoot aan

') De origineele notarieele instrumenten moesten volgens eene resolutie vau burgemeesters, schepenen en raad ter secretarie worden geconsigneerd.

Sluiten