Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

armen" de armschool naar een ander huis hadden overgebracht, zonder consent van Wet en Raad, doch deze, daarvan «geadverteert wesende", ordonneerden "dat zij de armeschole wederomme transporteeren zullen ten huyse daer se te voren geweest is, ende dat degene, die de huysinge van Jan van Woorden gecocht ende doen repareren hebben, zullen tzelve verantwoordeu daert behooren zal". '/Men mag hieruit gereedelijk besluiten, voegt de lieer Zip er aan toe, dat toen nog geene kinderen in de school gevoed en gehuisvest werden. Immers hunne overbrenging en de verplaatsing van het dan benoodigd geweest zijnde mobilair zou niet zoo eensklaps en zoo in stilte hebben kunnen geschieden, dat dit niet door het stedelijk bestuur zou zijn opgemerkt en onmiddellijk verhinderd geworden. Gelooft men hier inderdaad, dat de verhuizing van de stadsarmenschool en wat daaraan vooraf is gegaan door het stedelijk bestuur niet is opgemerkt, dan is het even goed aan te nemen, dat de verplaatsing van eene weesschool met een gering aantal kinderen ongezien heeft kunnen geschieden. Maar behalve dit, is het vooral een tweetal stukken, die, zoo al niet met zekerheid het bestaan van een weeshuis oudtijds aantoonen, toch twijfel wekken, dat de weeskinderen tot c. 1572 bij vrienden of kennissen zijn verbleven. De heer Zip heeft waarschijnlijk die twee stukken met gekend: een er van werd in 1904 geschonken, en het andere is bij de ordening van het archief voor den dag gekomen. Het eerste is een afschrift (18,le eeuw) (zie nr. 1466) van eene ongedateerde kopie, berustende in het gemeentelijk archief. Armmeesters doen daarbij aan het stadsbestuur een voorstel om weezen en vondelingen in een huis te verplegen tot hun 12,le levensjaar, en wijzen de middelen aan, waaruit de kosten bestreden zouden kunnen worden. Spijtig is het, dat het mij niet is mogen gelukken om te ontdekken, welke beslissing of er op dit voorstel gevallen is, maar het bewaren van het stuk (in het register van kerkelijke zaken n°. 74) en de woorden op de laatste bladzijde: '/Ordonnantie op de vondelingen" wijzen er m. i. op, dat het voorstel is aangenomen en als "ordonnantie" nageleefd. Met het vinden van den vermoedelijken datum ben ik gelukkiger geweest: de kopie op het gemeentearchief is geschreven met dezelfde hand, die in het laatst der 15de eeuw een aantal schepenbrieven van Middelburg schreef (zie b. v. het charter bedoeld onder Reg. nr. 345). Veilig kan hij op c. 1490 gesteld worden. Het andere stuk (nr. 1544) is eene kopie van eene kopie van een extract uit het testament van jhr. Cobnelis de Cock van Opynen d.d. 1555, op de laatste bladzijde waarvan o. a. geschreven is: '/.... van de legaten den aermen gemaeckt. D. Den armen binnen Middelburch". Testateur vestigt daarbij op zijne na te laten goederen twee

Sluiten