Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

af den vroegsten tijd tot 1797 met die der Armen en van 1749 tot 1781 en van 1802 tot 1812 ook met die van het Armziekenhuis slechts één geheel uitmaakten. In een tijd van algemeene welvaart, toen er aan de Armen veel geschonken werd, de huren en pachten en renten zoo hoog, en de rantsoenpenningen zoo belangrijk waren, en daarentegen het getal onderstand genietende personen laag was, toen dekten de gezamenlijke ontvangsten alle uitgaven van de verschillende aimendiensten. Maar in het laatst der 18Je eeuw moesten van stadswege belangrijke subsidiën verleend worden, dat aanleiding tot onderzoek en veranderingen gaf. Aa eene gedeeltelijke verandering in het bestuur van dit huis in 17 71, eene geheele afscheiding van het Armziekenhuis in 1781, kwam het ook in 1797 tot eene scheiding tusschen de geldmiddelen van de Huitenarmen en het weeshuis. Ten einde in de ontvangsten en uitgaven van het weeshuis evenwicht te brengen, werd in het contract, dat door de diakonie en dit gesticht onder goedkeuring van het stadsbestuur werd aangegaan, bepaald, dat uit de kas van de Armen voor eiken wees wekelijks eene vaste som zou worden betaald. Geheel onafhankelijk van de Armenkas werd het weeshuis dus niet, en daar de financiën der Armen spoedig in hoogst zorgvollen toestand kwamen, bleven de gevolgen daarvan ook voor dit huis niet uit. De diakonie bleef in gebreke de bepaalde toelage in de kosten van verpleging der weezen te betalen, waardoor er weldra aan alles gebrek ontstond en de leden van het bestuur hunne posten nederlegden. 1800 October 4 werd het Armbestuur geroepen om het weeshuis door inzamelingen van liefdegiften bij de burgerij uit zijn diep vervallen toestand, althans voor enkele jaren, weder op te hellen. Ook de administratie van het Armziekenhuis werd in 1802 Februari 13 weder met die van de Armen en het Armweeshuis vereenigd. Sedert dien tijd bleven de drie takken van Armendienst één geheel uitmaken, totdat de invoering van de Fransche wetgeving en de in 1811 gevolgde benoeming van de Commissie van Bienfaisance en die der llospices de armendienst voor altijd van het weeshuis afscheidde

Het bestaan van het Armweeshuis spoedt ten einde. De Commissie van de Hospices meende, zoo door gebrek aan fondsen als uit aanmerking van de ongezondheid der kinderen in het huis en hunne weiuige geschiktheid bij ontslag uit hetzelve om in hun onderhoud te voorzien, te moeten overgaan tot de ontruiming en sluiting van het langer dan twee eeuwen gebruikte gebouw. Alleen wist men niet goed, of het wel mogelijk zou zijn zulk een groot aantal kinderen bij burgers in de stad en op het platteland te besteden. Van daar dan ook, dat het besluit van 1812 Maart 17 om het Armweeshuis te ontruimen, slechts eeu voorloopig was,

Sluiten