Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. HUISHOUDELIJKE ADMINISTRATIE YAN HET WEESHUIS.

1531. Kasboek van president en regenten betreffende de ontvangsten en uitgaven van huishoudelijken aard. 1771 Mei 28 — 1789 Juni 5.

1 deel.

N.B. De geldelijke administratie van dit huis was {vermoedelijk reeds van af den vroegsten tijd) met die van de Nederd. armen vereenigd en sedert 1702 Februari 4 in handen van diakenen-bouwmeesters, zoodat tot het archief van het Armweeshuis geene registers of stukken kunnen behooren, die het geldelijk beheer van dit gesticht in zijn geheelen omvang bevatten, except het tijdvak van 1797 Juni 1 tot 1800 October 1, toen zij van de diakonie was afgescheiden. Alleen de ontvangsten en uitgaven van huishoudelijken aard, die door het bestuur van het weeshuis verantwoord werden, zijn in afzonderlijke deelen geregistreerd. Slechts twee er v%n zijn bewaard gebleven; dit en het ouder nr. 1532 vermelde deel. Een der regenten was kashouder; jaarlijks in de maand Mei werd de rekening door president en regenten opgenomen en geteekend , waarna het goed slot in contanten met eene opgave van het totaal bedrag van de ontvangsten en uitgaven aan diakenen-bouwmeesters werd overgegeven, die deze bedragen in de generale rekening der armeu boekten. In dit deel zijn als ontvangsten geboekt: werk- en naailoonen, gages van zeevareudeu, looneu van dienstboden, nalatenschappen van weezen, interesten van effecten, speciaal aan het Armweeshuis vermaakt, en eeuige andere baten; eu als uitgaven: reparatie aan schoenwerk en andere arbeidsloonen, kostgelden voor jongens, die buiten werkten, en voor tijdelijk aan den wal zijnde zeevarenden, uitrustingen ter zeevaart, uitzetten van weezeu, enz.

1532. Kasboek van diakenen-vaders betreffende de ontvangsten en uitgaven van huishoudelijken aard. 1805 Juni 1 — 1811 December 81.

1 deel.

N.B. Dit kasboek is van dezelfde strekking als dat van president en regenten nr. 1531), de inrichting is echter eenigszius anders: in plaats van eene boeking in chronologische orde, zijn de baten en lasten onder aangegeven hoofdstukken afzonderlijk ingeschreven, waarna in eene rekening-couraut de totalen zijn overgebracht. De rekeningen loopen van 1805 Juni 1 tot 1810 Mei 31 telkens over een vol dienstjaar, daarna achtereenvolgens over 7, 8 en 4 maanden; zij zijn geteekend door het bestuur en diakenen-bouwmeesters. Van achteren eene rekening vau 1812 Januari 1 tot Februari 16, die niet meer tot de administratie der diakonie behoort, maar waarvan de bedragen door de Commissie der Hospices over 1812 zijn verantwoord. In de rekeningen vau af 1810 Juni 1 is niet meer in uitgaaf gesteld het stuivergeld voor de werkjongens. De opbrengst der wekelijksche collecten voor de armen van 1810 Juni 12 — December 27 is zeker abusievelijk in dit deel geboekt. — Op een etiquet op den rug staat: WN°. 48 oudarchief Armweeshuis".

1533. Eegister van ontvangen werkloonen. 1803 Juli 18 — 1812 Augustus 28.

1 deel.

N.B. De werkloonen werden door den schoolmeester van het huis bij de werkbazen iedere 14 dagen opgehaald en afgedragen in den regel aan het lid van het bestuur, dat met het presidie was belast. De jongens ontvingen van hunne verdiensten een gedeelte voor zakgeld, bekend onder den naam van Stuivergeld, dat volgens het reglement onder nr. 1407 J gedeelte bedroeg. Het

Sluiten