Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. WEEZENGOEDEREN.

Zie ook het aangeteekende bij ar. 1548.

1553 en 1554. Weezen rekening-courantboek. 1741—1810.

2 deelen.

N.B. De te goed geschreven sommen zijn hoofdzakelijk gesproten uit erfdeelen en legaten van bloedverwanten, die voor de kinderen ter weeskamer reeds berustten vóórdat zij wees werden of die gedurende hunne verpleging in het gesticht verkregen zijn. Enkele malen betreffen de ontvangsten het kinderlijk erfdeel van den eerst overledene der beide ouders, zulk eene erfportie verviel dus niet aan de armen gelijk het geval was met het batig slot der boedelrekening van den laatst overledene der ouders. In beide deelen komen aanteekeningen voor van latere dan de hier opgegeven datums.

1553. 1741 December 6 — 1796 November 8.

N.B. Op het titelblad staat o. a.: „Volgens octroy van de Staaten van Zeeland dato 26 Augustus 1773 coinpiteert de weesen in 't Armweeshuys alle aangeërfde goederen, dog in geval in gemelt huys komende te overlyden vervalt hetzelve aan den armen". — De beschreven bladzijden zijn genummerd 1 tot 49. — Op den rug staat: „Armens memorieboek van [ontfauge] penningen voor weesen in de oude weesschool", en op een etiquet: „Memorieboek van het Armweeshuis van 1741 tot 1794 n°. 32 oudarchief".

1554. 1795 Januari 12 — 1810 Mei 20.

N.B. Verschillende bijlagen zijn in dit deel vastgehecht. — De bladen zijn genummerd 1 tot 21. Op de eerste bladzijde staat: „Weezen rekening-courantboek Armweeshuis n<>. 44 oudarchief".

1555. Alphabetische index (naar de voornamen) van het weezen rekeningcourantboek, vermeld onder nr. 1553.

1 deel.

1556. Stukken, relatief tot het weezen rekening-courantboek. 1805.

1 omslag.

1557. Register van lijfsieraden, geld en goederen, die door de weezen zijn ingebracht of gedurende hunne verpleging zijn verkregen. (1771 April 29) — 1812 Maart 81.

1 deel.

N.B. De bovengenoemde datums zijn die van ontvangst, vele aanteekeningen van afgifte zijn echter van latere dagteekening (1828), die tot het nieuw archief behooren. — Dit deel is vermoedelijk door het bestuur, dat in 1771 optrad, aangelegd, waarbij de nog niet afgegeven goederen uit het vorige deel, dat thans ontbreekt, zijn overgeschreven , zoodat er datums van af 1736 in voorkomen. Naast de aanteekening van ontvangst der goederen enz. is de afgifte of verkoop genoteerd. De ingeschrevenen zijn genummerd 1 tot 186 ; naar het nummer wordt in den alphabetischeu index (naar de voornamen), die vóórin is, verwezen. Onder nr. 186 is geschreven eene opgave van het zilverwerk, dat aan het huis behoort. Achterin liggen 4 geliasseerde stukken, bijlagen tot dit register. Vóórin staat: „Notitie van goudt en zilver en andere goederen, ingebragt door de kinderen van dezen huyze alsoo het tot haar lijf behoort om hetzelve aan haar weder te geven als sy uyt deezen huyzen gaan,

Sluiten