Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diakenen-opzieners — zijne eerste vergadering. Het financiëel bestuur werd in handen van diakenen met dat der Armen en als een onderdeel daarvan vereenigd.

De ziekeninrichting, gevestigd in dat blok armhuisjes, het laat zich begrijpen, zal eene vrij primitieve zijn geweest. In 1780 was de behoefte aan verbetering en uitbreiding, zoo door het groot aantal verpleegden als door de uitoefening van handwerken (spinwerk en breiën van netten), zoo dringend, dat de magistraat toestemming verleende om een huis en erf op de Heerengracht aan te koopen en tot ziekenhuis in te richten. Er werd besloten op het bedoelde erf een geheel nieuw gebouw te plaatsen, dat in 1784 in gebruik is genomen. Adrianus 's Gravezande hield er November 23 zijn «Vredegroet ter inwijding". l)

Intusschen was er bij resolutie van Wet en Raad van 17H1 April 7 besloten om eene verandering in het jaarlijks afwisselende bestuur van diakenen-opzieners te brengen door aanstelling eener vaste commissie van 4 regenten, burgers van de stad, met een lid uit Hun Ed. Achtb. vergadering als president, op wie met Mei d. a. v. de geheele directie, het onderhoud en de financiën zouden overgaan, waarbij de leden zich zoo noodig door hunne vrouwen konden doen helpen. Een der regenten moest tevens de functie van ontvanger waarnemen, en de rekening van het huis zou jaarlijks worden afgelegd. Alle meubelen, goederen, etc. alsmede de boeken en papieren, tot de administratie van het huis behoorende moesten door diakenen aan het nieuwe bestuur geëxtradeerd worden. Diezelfde resolutie bevat voorts eenige voorschriften, die eenig licht verspreiden over de regelen van opneming in het huis en de inkomsten er van. Diakenen bleven de vrijheid behouden om alle personen, die door hen gealimenteerd werden en door ouderdom of ziekte buiten staat waren om zich zelf te helpen en met geen 2 7 stuivers 's weeks onderhouden konden worden, met een penning door den praeses of wijkmeester naar het Armziekenhuis te zenden tegen betaling van 5 schellingen 's weeks. De kleeding, het goud en zilver van verpleegden, gelijk mede erfenissen, welke deze gedurende hun verblijf in het huis mochten verkrijgen, moesten onder bewaring blijven van president en regenten om een en ander na aftrek der kosten voor genotene alimentatie bij het verlaten van het huis te restituëeren. In geval van overlijden werd de nalatenschap door bouwmeesters tot liquidatie gebracht, waarvoor van het bruto rendement het gewone administratieloon van 1 schelling per pond Vis. genoten en ten bate

') Gedrukt in 1785. De lotgevallen vau het huis sedert de stichting worden hierin uitvoerig beschreven.

Sluiten