Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diakenen der Nederduitsche armen bij de stedelijke regeering aanhangig is gemaakt, en het is dit college aan hetwelk bij zijne reeds verschillende werkzaamheden ') ook het bestuur over het nieuwe gesticht werd toevertrouwd. Het daaruit voortvloeiende werk werd verdeeld onder de reeds bestaande commissiën uit zijn midden. Om van beneden te beginnen werd belast met de zorg over de jeugdige weezen, die besteed werden, de diaken, vader der houwkinderen; het huishoudelijk bestuur kwam bij de commissie van diakenen-vaders, -) uit 4 leden bestaande, waarvan jaarlijks de beide oudste in functie door twee andere diakenen vervangen werden, bijgestaan in dit werk door hunne vrouwen; het geldelijk beheer —geheel afgescheiden van dat der Armen met het Armweeshuis en het Armzi'kenhuis — en het toezicht over het gebouw kwam in handen van de commissie van diakenen-bouwmeesters, eveneens uit 4 leden bestaande, waarvan er ook jaarlijks twee aftraden, terwijl belangrijke aangelegenheden, het huis en de weezen betreffende, door de verschillende commissiën ter tafel van de volle vergadering van het College van diakenen werden gebracht.

Het aldus ingericht bestuur bleef tot medio Mei 1771 onveranderd, toen krachtens resolutie van Wet en Raad van 1771 April 13 het huishoudelijk bestuur van diaken-vaders overging op eene vaste commissie, bestaande uit 1 president, 4 regenten, 1 presidente en 4 regentessen. De president en presidente werden benoemd uit leden van den Raad en uit de huisvrouwen of weduwen van Raadsleden, de regenten uit bekwame personen van de burgerij der stad, de regentessen uit gehuwde vrouwen of weduwen van burgers, mits geen huisvrouw zijnde van een regeerenden regent. Dit personeel werd voor hun leven benoemd of tot //wederzeggens toe". De geldelijke administratie bleef echter bij diakenen-bouwmeesters en het toezicht over de houwkinderen aan een diaken toevertrouwd. De redenen, die tot deze verandering hebben geleid, het aandeel, dat de nieuwe commissie in het algemeen bestuur kreeg, en hoe deze bij onderlinge schikking hare werkzaamheden verdeelde zijn bijzonderheden, die door belangstellende uit de notulen en andere archiefstukken gemakkelijk zijn te vernemen, slechts wordt aangestipt, dat de bevoegdheid van president en regenten veel uitgebreider werd, dan die van het huishoudelijk bestuur van diakenen-vaders was geweest.

De diakonie bleef voor de geldelijke administratie nog 10 jaren aan

') Zie de Inleiding van het archief van het Armweeshuis.

*) Deze diakenen-vaders en hunne vrouwen worden in de stukken ook wel buitenvaders en buitenmoeders genoemd, zeker ter onderscheiding van den inwonenden binnenvader en binneumoeder.

Sluiten