Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 1717 tot 1781 definitief in het bezit van liet nieuwe bestuur kwam, maakt het duidelijk waarom in 1781 onderscheidene nieuwe registers zijn aangelegd, waarmede president en regenten trouwens in 1771 reeds begonnen waren voor zooverre hun beheer toen reikte. De verandering in het bestuur moge in vele opzichten nuttig voor de stichting zelve zijn geweest — wat hier buiten beoordeeling blijft —, het bijhouden van de administratie heeft er niet bij gewonnen. De thans nog aanwezige boeken kunnen dit aantoonen, en de inhoud der notulen van 1793 Juni 6 wettigt de vraag, of oogenschijnlijk ontbrekende registers wel ooit bestaan hebben of zijn aangehouden; door ziekte van den regent-kashouder was de administratie jaren ten achteren, en de aanstelling van een vijfden regent ter assistentie mocht daarin ook al geene afdoende verbetering brengen, zoolang bedoelde heer maar noode scheen te kunnen scheiden van zijn post en van de stukken, die hij onder zich had. Eerst na zijn dood in 1798 kreeg het bestuur het vrije gebruik van de geheele administratie door overdracht van hetgeen in den boedel was gevonden. (Zie nr. 2064).

De archieven bestaan voornamelijk uit deelen, waarvan vele door uitscheuring van schoone bladen geschonden zijn; er zijn betrekkelijk weinig losse papieren bij, ofschoon er heel wat ongebonden archivalia moeten geweest zijn.

In verschillende hulpboeken zijn door de in 1812 opgetreden sub-directie de aanteekeningen voortgezet, die tot het nieuw-archief gerekend moeten worden. Zie omtrent de vermoedelijke inventarisatie van de tusschen 1812 en 1843 vereenigde weeshuisarchieven de laatste alinea van de Inleiding van het Armweeshuis (blz. 188).

Sluiten