Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

F

En dan in dut Proza, welk een belezenheid, welk een weten! O! het moge zijn, dat, wanneer men wil zuiver literaire prozakunst, schoonheid van kleur en klank bij exquize soberheid, Schaepman's proza wordt overtroffen door bladzijden van enkele modernen, doch welk een tegenwicht die vlucht en rijkdom van ideeün, ons blijvend tot een bezit voor altijd!

Maar hierdoor is Schaepman's proza nog niet gekarakteriseerd, want het was van wonderbare veelzijdigheid. Het behandelde niet enkel menschen, karakters en abstracties, maar ook boeken. De uitgave van zijn verzameld proza heet daarom: „Menschen en Boeken". In die „Wachters" treedt Schaepman ook op als causeerend boeken-criticus. Dan bezit hij de charme van den waren causeur, speelscli vernuft, geestige opmerkingsgave, toch wars van oppervlakkigheid; integendeel, bij luchtigen tred beweegt zich zijn stijl langs diepten van waaraclitigen geest. In zijn aanloop, vaak langs allerlei wendingen en omwegen komend tot het beoogde doel, heeft hij veel overeenkomst met Busken Huet, ook om de bevalligheid der zinsfactuur. Wanneer Schaepman ironisch is, gluurt de ironie echter door de regelen heen, terwijl die van Busken Huet vaak zich bevallig speelsch verschuilt en alleen door den hoogstaandachtigen opmerker achterhaald wordt. Schaepman's latere Chronica's geven mede goede exempels van causeerend betoog. Het pittige, markant hoekige, misschien lichtelijk gemaniereerde van Thym's stijl is weder van geheel andere soort.

.Schaepman's latere proza-arbeid, meer speciaal zijne tallooze redevoeringen, zijn eene voortzetting der Wachterartikelen, bewegen zich geheel langs dezelfde lijn. In zijn laatste rede, die bij de onthulling van het Hamer-monument, klonk nog dezelfde stem met eenige wijziging van nuance — ik ben verheugd dat mijne liefde onaangetast is gebleven en mijn „Wachters" mij zijn dezelfde vrienden van voorheen.

't Wordt nu tijd dat ik afscheid neme van Schaepman's proza en — zij het ook kort — zijne Poëzie bespreek, want de Dichter Schaepman vraagt en eischt mede de volle belangstelling. Het was in het jaar 1866, dat van een ongeteekend schrijver een gedicht verscheen, getiteld: „de Paus", hetwelk de opmerkzaamheid trok van Roomsch en Onroomsch. De dichter bleek later te zijn een 2 2jarig student van het Roomsch seminarie, genaamd Schaepman.

Sluiten