Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn bereik lag-, aan zijne zijde, in het christelijk geloof? Wist hij dus niet, dat zijne zaak, de zaak van zijn geloof, van zijn God, van zijne kerk niet alleen nog zegevieren kon, maar zou zegevieren, maar moest zegevieren, maar onfeilbaar zou zegevieren, maar noodzakelijk moest zegevieren? Justitia enim perpetua est et immortalis. En daarom vloeit het werkwoord triomfeeren onophoudelijk uit zijne pen, onophoudelijk van zijne lippen. Nog in een zijner laatste Chronica, te Rome geschreven, als het ware aan den voet van Garibaldi's tergend standbeeld op den Janiculus, doet een klein incident hem losbarsten in de woorden: „De man, die op den Janiculus gekruisigd werd, triomfeert toch!"

't Was dit onwrikbaar geloof aan de eindelijke zegepraal, dat hem met bijna luchthartige opgewektheid deed strijden tot het einde toe, dat hem de krachten van den tegenstander zonder ze te onderschatten toch deed minachten, dat hem altijd en overal in het harnas joeg tegen te groote beschroomdheid in eigen kamp. Dit was het ook, dat hem — toetssteen van den waren moed en der echte zielegrootheid! — eiken tegenspoed zoo ongebroken en zelfs lachend deed dragen. Herinnert u die zware dagen van '91. Na jaren tobbens en zwoegens was het eindelijk tot stand gekomen het gehate, gesmade en gevreesde „monsterverbond". En zie, het ongelooflijke, het onmogelijke gebeurde: daar zaten de verbonden monsters, daar zaten ze zoowaar aan de groene tafel. Heerlijke triomf! Zóó hoog had de groote Dokter nog nooit gestaan! Al zetelde hij niet in het Torentje, de zwarte waakhond lag er toch aan den binnenkant voor de deur. — Maar ach, trouw gebas en felle tanden weren nog niet elk gevaar. Plotseling, daar schiet een bliksemstraal uit helderen hemel en in één oogwenk staat alles in lichte laaie, stort heel die moeizaam opgetrokken bouw krakend ineen. Welk christelijk hart heeft niet gebonsd in den boezem bij het dreunen van dien slag? — Maar wie heeft den bouwmeester zei ven bij die ruïne hooren schertsen en zich niet afgevraagd, waar hij grooter was, onder den triumfboog of op dien puinhoop? Wie zoekt geen sterker woord dan verwondering en verbazing, als hij den overwonneling van heden reeds morgen, neen, nog dienzelfden dag met kalmte den arbeid ziet hervatten? „Niet zuchten maar werken, credo pugno"! En dat de nieuwe overwinning der verbonden

Sluiten