Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar ernst, haar waardigheid behouden: zij heeft steeds geboden, nooit gevraagd. Het is waar dat zij in dien wedstrijd niets te vreezen had. Was bij anderen weelderige jonkheid, dartele gratie, verlokkende bevalligheid, haar frissche, bloeiende jeugd werd frisscher nog en geuriger op dien achtergrond van het verleden, dat een wereld was. Wie kon weigeren haar den palm toe te kennen? Zij verscheen en de lucht rondom haar was vol van het lofgezang der voorgeslachten, dat haar droeg als een wemelende, golvende wolk. Oud als zij was scheen zij uit haar oudheid krachten te putten tot nieuw leven, een leven, dat altijd in schoonheid en altijd in glorie won." i)

De kroon en de zon van Rome is de Paus. 2) De Paus was, om zoo te zeggen, Schaepmans devotie. Een man van den Paus was hij geboren. 3)

Op 22-jarigen leeftijd gaf hij zijn eerste gedicht uit, De Paus. Het maakte alom in den lande een overweldigenden indruk. En niemand minder dan Alberdingk Thijm had in het woord ter inleiding geschreven, dat de dichter dier verzen „een sieraad der Katholieke Kerk van Nederland" beloofde te worden. Hoe statig klonken de kloeke alexandrijnen:

't Zijn achttien honderd jaar! — Nog klinkt van oord tot oord, Van wereldgrens tot grens, des Meesters heilig woord :

„Gij Simon, Jona's zoon, zijt Petrus, rots der kerke,

„Die 'k als mijn bruid begroet; en wat de Hel ook werke,

„Wat krachten ze ook ontplooi, wat stormen ze ook ontboei,

„Mijn machtwoord breekt de golf en stilt het stormgeloei."

En hoe prachtig uitgebeeld stond daar in massieve grootheid de slotstroof:

't Zijn achttien honderd jaar! en nog, nog staat de rots Onwrikbaar als voorheen, hoe fel de branding klots,

Als zuil der waarheid, als het middenpunt der tijden.

Ziet, eeuwen gaan voorbij, en brengen vreugd en lijden En schand en eere; met den stroom des tijds vergaat,

Wat van den tijd is — en de rots van Petrus staat!

Ik geef toe M. H., dat is verre van hetgeen men heden wil: de reine, fijne verklanking van individueele zielsemotie. Modem

1) M. en B. IV blz. 117—118.

2) M. en B. IV blz. 140.

\) Voorrede tot de verzamelde gedichten.

Sluiten