Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als de licdekcns vermoeien.

Klein en fijn en zacht en zoet,

Maar die nooit de borst ontgloeien

In een bovenaardschcn gloed,

Blijft uw harptoon zegepralen,

Trillende echo van het lied,

Dat in 's hemels hooge zalen

Om den troon der Godheid vliet;

Blijft uw harptoon zegepralen :

Ware dichters sterven niet.

Als de plichtvergeten zanger,

Die den blos der onschuld hoont,

Door de menigte niet langer

Met gejubel wordt beloond,

Blijven uw akkoorden leven,

Om een handvol loovren niet,

Maar voor Christus aangeheven,

Held en glorie van uw lied ;

Blijven uw akkoorden leven :

Ware dichters sterven niet! i)

Doch ik bemerk dat ik afdwaal....

In April 1869 mocht de jeugdige priester te Rome de feesten medevieren ter vijftigjarige herdenking van Pius' eerste H. Mis. Van 1869—70 woonde hij het Vaticaansch Concilie bij. Kent gij in onze letterkunde een subliemer bladzijde dan deze, waar Schaepman de vierde zitting, de zitting der onfeilbaarheidsverklaring beschrijft ?

„Het dekreet, dat de dogmatische verklaring der pauselijke onfeilbaarheid bevatte, was voorgelezen: „placet" op „placet", door de Bisschoppen uitgesproken, door de stemopnemers herhaald, dreunde langs de gewelven van St. Pieter, — het besluit naderde. Daar had de laatste gesproken, daar was het laatste „placet" vernomen. Er kwam beweging onder de menigte, een beweging, die zich eerst door een steeds dieper stilte, dan door een klimmend rumoer verried. Alles zweeg en stond roerloos. Een groot koninklijk woord zou worden gesproken, men wist het, men luisterde. Ieder wilde dien klank hooren en bewaren in zijn ziel als een gedachtenis aan de klanken der eeuwigheid.

Daar rees de grijze Paus omhoog. Helder en plechtig klonk

1) W. de Veer, S. J., Uit mijn Lente, 2e druk.

Sluiten