Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1448 !) haar testament. Daarin sprak zij het verlangen uit naast haren zaligen man Focko „in mijn selffs kercke to Sunte Petersburen" te worden begraven en bestemde een groot deel van haar vermogen tot heil harer ziel voor kerkelijke doeleinden.

Alle kerken van het Halfambt, alle kloosters in Stad en Lande, werden door haar rijkelijk begiftigd, terwijl het door haar gestichte 2) St. Nicolai altaar in de kerk te Middelstum opnieuw ruim werd bedacht.

In onderscheidene der haar betreffende stukken wordt zij Oede Ponte of Ponta ten Dijke genoemd, waardoor het vermoeden rijst, dat zij of haar man een lid was van het destijds te Groningen bloeiende rijke geslacht Ten Brugghen, steunpilaren der Vetkooper partij, waaraan nog de Brugstraat te Groningen den naam ontleent. In latijnsche stukken uit dien tijd worden de Ten Brugghen's toch doorgaans met de vertaling van hun naam de Ponta of Ponte aangeduid. Niet onwaarschijnlijk behoorde zij zelve tot het geslacht Schultinga, afkomstig van de Schultingaheerd onder Bedum. Met instandhouding van haar vroeger testament, waarbij zij Lyuwert Schultinga na aftrek der vele legaten tot universeelen erfgenaam had ingesteld, vermaakte zij bij een aanvullingstestament van 3 Februari 1464 a) aan haar neefl) Johan Rengers van ten Post, die gehuwd was geweest met hare „lyeve nichte" Froucke Schultinga, ten behoeve van hun zoon Ditmer Rengers uit dit huwelijk, haar „husinghe ende hemynghe to Dijke myt allen den landen ende erven bynnen dickes off buten dijkes in onsen redschop ghelegen myt der heerlicheit ende al oren tobehoren''.

1) Archief Groningen. Register 1448 nr. 17.

2) Huisarchief Farmsum. Reg. nr. 266

3) Huisarchief Farmsum. Reg. nr. 133.

4) In de acte staat „zwager.''

Sluiten