is toegevoegd aan uw favorieten.

De Ommelander Borgen en hare bewoners in de zeventiende en achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sommige boomen en tuinvruchten geschikten bodem. Die hoogere ligging bewees goede diensten, zoowel bij den stormvloed van i November 1570, als bij den hoogen vloed, tengevolge van het doorbreken der dijken in 1717, toen de zee de geheele omgeving onder water zette en toch niet tot het huis zelve vermocht door te dringen.

Zooals het huis tot voor korten tijd daar stond, was het duidelijk in verschillende tijdperken gebouwd. Stamde de toren, welke waarschijnlijk altijd een plat dak heeft bezeten om tot uitkijk te kunnen dienen, uit de I4de of I5de eeuw, ook het achtergedeelte van het huis zal vermoedelijk uit de I5de of i6de eeuw zijn geweest.

Den op den achtersingel staanden bezoeker gaf het hooge, van zware baksteenen gebouwde huis dan ook het zuiverst den indruk van een uit de grachten oprijzend middeleeuwsch slot. Wie de afbeelding op de kaart van Coenders vergelijkt met de teekening op de kaart van Beckeringh en den toestand vóór de afbraak, zal de voorzijde aanmerkelijk gewijzigd vinden. Het hooge voorhuis, met een gevel met lijstgoot, passende in een stadsstraat, doch niet bij een landhuis of kasteel, was in 1791 door Gosen Geurt Alberda gebouwd. Met trots wijst hij in zijn dagboek op dezen bouw, in zijne oogen eene „verfraaying" van het slot en binnenshuis liet hij ter herinnering daaraan in den ruim één Meter zwaren ouden voormuur, thans den binnenmuur, een sierlijke houten poort bouwen, prijkende met een latijnschen zegewensch, luidende:

Stet Domus haec, donec fluctus formica marinos Ebibat, et totum testudo perambulet orbem.

Dat is vertaald:

Dit Huis sta tot een mier de zee gansch uit zal zuipen, En dat een schildpad zal om heel de wereld kruipen.x)

l) Deze spreuk was niet nieuw. Mr. J. Pelinck Stratingh te Groningen vestigde