Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woningen, de „schathuizen" bevonden. Achter de schathuizen lagen de groentetuin, de boomgaard en de speeltuin, en dit alles was omgeven door een buitengracht. Over de buitengracht voerde een brug, in vorige eeuwen een klapbrug, en voor die brug stond het sierlijke trotsche inrijhek, prijkende met op zware zuilen gebeeldhouwde vazen.

Dergelijke vazen, deze enkel op een ± één Meter hoog voetstuk geplaatst, stonden ook hier en daar paarsgewijze in de oprijlaan of aan den ingang van het landgoed. Rondom de buitengracht, links en rechts van de oprijlaan, liep in het vierkant de statige singel van zwaar geboomte. Bij Dijksterhuis bestond deze singel, eene uitzondering in deze kleilanden, uit zware eiken» welke op den zandigen bodem van de straks genoemde plaat welig wilden tieren, voor zooverre zij door de ruwe zeewinden daarin niet werden belemmerd.

De geheele omgeving van Dijksterhuis, binnen de singels begrepen, besloeg ongeveer twaalf hectaren.

Wij mogen Dijksterhuis niet verlaten zonder melding te maken van de sage aan dit oude huis verbonden. Op de bovengang bij den ingang van eene der kamers wees men u een donkere plek in den vloer, de bloedvlek, herinnerende aan den moord op een dienstmaagd daar gepleegd. De sage is in verschillenden vorm tot mij gekomen, doch ik houd mij het liefst aan den bekenden en geloofwaardigen tijdgenoot Pieter Bor, die in zijne Nederlandsche Oorlogen en Geschiedenissen hiervan een omstandig verhaal doet, vrijwel overeenkomende met de sage, zooals deze in de i8de eeuw nog op het kasteel voortleefde. Zonder mij aan de hand van Bor in romantische bijzonderheden te begeven, wil ik enkel mededeelen, dat een Moor, door Sonoy van zijne zeereizen medegenomen en bij hem reeds 20 jaren in dienst, in vurige liefde was ontstoken voor eene dienstmaagd van den huize. De aangebeden Pieterburensche schoone schonk echter de voorkeur aan een blanken

Sluiten