is toegevoegd aan uw favorieten.

De Ommelander Borgen en hare bewoners in de zeventiende en achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarin de trap, welke naar de verdieping leidde. Zoo moet de toestand vóór 1614 zijn geweest; bij de verbouwing in dat jaar is het oude voorplein of de open zijde van het hoefijzer volgebouwd en is de ingang naar de westzijde verlegd.

Het huis bestond voortaan uit drie aan elkander geplaatste gebouwen, elk met een afzonderlijk dak; een breede gang (de oorspronkelijke dwarsgang) liep van oost naar west dwars door deze drie gebouwen heen. De vloer van de gang van het achterste of oostelijke gebouw ligt een vijftal treden hooger dan die van het overige gedeelte der gang. In dat achterste en waarschijnlijk oudste gebouw zijn beneden de overwelfde keuken, bier en provisiekelders en is geene bovenverdieping. Op nevensgaande afbeelding van achtergevel en noordelijken zijgevel is het bovenvermelde duidelijk te zien; de twee kleine ramen in het midden zijn die, welke licht werpen in het verhoogde gedeelte van de gang. Overigens zijn duidelijke sporen te vinden, dat in den achtergevel niet zooals thans vier, doch tien lange smalle ramen, gelijk de oude Groninger bouworde die veelal meebrengt, zijn geweest.

De nieuwe heer van Menkema, Mello Alberda, bracht in het door hem in 1682 aangekochte huis opnieuw belangrijke wijzigingen. Boven den nieuwen (westelijken) ingang plaatste hij het door leeuwen vastgehouden, in zandsteen gebeitelde familiewapen. In het huis zelf liet hij niet minder dan drie gebeeldhouwde schoorsteenmantels of schouwen plaatsen.

Deze zijn alle in eikenhout in Louis XIV stijl en bevatten schilderstukken met tafereelen uit de mythologie. Vooral de kolossale schouw in de groote of ridderzaal, prijkende met het wapen van Alberda en met levensgroote vrouwen- en engelenfiguren, is een meesterstuk van smaak en beeldhouwkunst. Een schouw van iets lateren tijd treft men in het voorvertrek links van den ingang aan. Deze is uitgevoerd in style-régence en prijkt met een schilderstuk, vermoedelijk van J. A. Wassenbergh.