is toegevoegd aan uw favorieten.

De Ommelander Borgen en hare bewoners in de zeventiende en achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

contact komen met de Groninger ratelwachts, zooals de notulen van de academische rechtbank getuigen.

Na eenige jaren verblijf aan de academie, waarbij het naar het schijnt, minder te doen was om de verkrijging van een academischen graad (want slechts zeer enkelen staan in de promotieboeken vermeld), dan wel om eene breede vorming en wrijving van gedachten, werden, zoo de middelen het veroorloofden, nog eenige andere academies hier te lande en in het buitenland bezocht of werd een reis door Duitschland, soms naar Italië en Frankrijk ondernomen.

Die reizen, veelal te paard afgelegd, leverden vrij wat meer avonturen op dan de zomerreisjes onzer dagen, waarvan men reeds tevoren, met behulp van spoorboekje en Baedeker's reisgids een vrij nauwkeurige beschrijving kan opmaken. Die reizen van den jongen edelman, waarvan gelukkig nog al enkele beschrijvingen tot ons zijn gekomen, duurden soms enkele jaren en werden dikwijls bekroond met het verwerven van eene doctorale waardigheid aan een der buitenlandsche hoogescholen.

Van weinigen was voorzeker de reis zoo avontuurlijk als van Henric Piccardt, den lateren bewoner van het huis Petit Martin te Harkstede, die als onbemiddeld student zich in België en Frankrijk door zang- en harpspel het noodige geld wist te verschaffen, om zich te Orleans den doctoralen graad te verwerven en in de groote wereld te Parijs zijn rol te spelen. Deze begaafde jongeling, uit Woltersum geboortig, die een bundel fransche gedichten schreef, wist het tot kamerheer van Lodewijk XIV te brengen, en voorzag in de behoeften van zijne hooge leefwijze, naar de overlevering wil, *) op de volgende wijze. Gedurende den morgen zat hij met een zwarten doek voor het linkeroog en een veranderde kleur van gelaat en haar op den Pont-Neuf en

*) Gron. Volks-Alm. 1840, bl. 6.