is toegevoegd aan uw favorieten.

De Ommelander Borgen en hare bewoners in de zeventiende en achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lairesse in dien kring hebben gevoeld, toen zij, als echtgenooten door een Ommelander jonker van zijne reizen uit Spanje of Frankrijk meegebracht, de schoonheid harer bergen en bosschen moesten verwisselen tegen de vergezichten der grasrijke kleilanden en de nevels der noorderzeeën.

De spaansche gravin zal waarschijnlijk weinig tranen hebben gestort, toen haar echtvriend Frederik Coenders het in 1688 geraden achtte voor goed de Ommelanden weer te verlaten en naar Frankrijk te trekken, daar men hier de neus had gekregen van de ongeoorloofde correspondentie over staatszaken, door hem met den allerchristelijksten koning Lodewijk XIV gevoerd.x)

Doch, gelijk gezegd, het meerendeel der Ommelander jonkers huwde geen „stadsjoffer" en nog minder eene uitheemsche, maar wel eene Ave, eene Bauwe, eene Habbina, dochters van „ebenbürtige" bewoners van andere kasteelen.

Ik zal mij niet laten verleiden eene uitvoerige beschrijving te geven van het huwelijksfeest ten huize van de bruid gevierd, waar de bloem van den adel der noordelijke gewesten bijeenkwam, om aan de echtverbintenis luister bij te zetten. De talrijke „dedingslieden" die het met sierlijke krulletters op perkament geschreven huwelijkscontract „met wederzijdsche familienconsent" hielpen opmaken, bewijzen, dat het huwelijk dikwijls meer als eene samenvoeging van goederen, dan van menschen moet worden beschouwd. Uiterlijk was dit echter niet merkbaar, met groote opgewektheid en ijver werden de heildronken en condities op het jonge paar ingesteld en aan zegenrijke huwelijksverzen van daartoe betaalde poëeten ontbrak het niet. Soberheid was nu juist niet een kenmerk dier hoog opgetuigde verzen, men raadplege slechts de navolgende titels:

l) Zie hierover nader: J. A. Feith, Frederik Coenders van Helpen en zijn hand schrift te Macon, in Historische Avonden, Gron. 1896, blz. 305.