Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was zijn eigen secretaris), enkel bijgestaan door den wedman, den middeleeuwschen „keder", den hedendaagschendeurwaarder, endoor den rooroede of biezejager 1), onzen huidigen veldwachter, sprak hij recht of wat hij voor recht hield, zoowel in burgerlijke als in strafzaken. Zag hij, wat burgerlijke zaken betreft, nog het zwaard van Damocles boven zijn hoofd zweven in de gedaante van vernietiging zijner uitspraak door een college van appèl, de Hoofdmannenkamer van Stad en Lande, in strafzaken was hij een volkomen vrij man, zonder eenig hooger beroep beschikte hij over dood, leven en beurs van beklaagden. Aan de grootste willekeur van den door zijn bezit tot de rechtspraak geroepen rechter was men overgeleverd, er is dan ook uit de bewaard gebleven processen en protocollen menig vonnis te halen, waarbij aan persoonlijke veete of aan geldzucht van den rechter moet worden gedacht.

Ik herinner slechts aan de beruchte uitspraken van den woeligen 17de eeuwschen jonker Oeseband Jan Rengers van Slochteren 2), aan het proces tegen den van valsche munterij beschuldigden predikant Dirk Hamer van Huizinge 3) en niet in de minste plaats aan de gruwelijke, vooral uit geldzucht geboren, vervolgingen en veroordeelingen door Rudolf de Mepsche van Faan in de eerste helft der i8de eeuw, 4) waarvan nog de herinnering, niet alleen in de betrokken streek, het oostelijk Westerkwartier, doch in de geheele provincie Groningen, bij het volk algemeen voortleeft. De onrechtvaardige veroordeelingen door den grietman de Mepsche hebben echter deze goede uitwerking gehad, dat niet

!) Biezejager of biesjager staat niet in verband met biezen = riet en is dus geen vervolger van jachtdelicten (zie Gron. Volks-Aim. 1906 blz. 33 noot), doch is het Friesche bijsjager, de man, die achter de bijzen of kwajongens jaagt.

2) M. G. de Boer. Een Groninger jonker der 17e eeuw, in Tijdspiegel 1891.

3) Prof. Mr. B. J. baron Lintelo de Geer van Jutphaas. Een crimineel proces in de Ommelanden 1657—1659, in Gron. Volks-Alm. 1897 blz. 45.

4) J. E. Heeres. De wijzigingen in den regeeringsvorm van Stad en Lande in de jaren 1748 en 1749. Gron- diss. 1885 blz. 183.

Sluiten